dv over de Scève-zeef en andere lyrische Teven

Er bestaan twee (auteurs-) uitgaven van de Délie:

Een NKdeE must read is Pascal Quignard‘s La Parole de la Délie, Mercure de France, 1974, ISBN 2-7152-2275-0

~

De Délie van Maurice Scève is geen klein bier, het is wat mij betreft even hoog aan te schrijven als Dante’s Comedie of ’t Verzameld Theatraal Kabaal van onze niet te killen Bill, maar het mist wel de ‘leesbaarheidsniveau’s ‘ en mede daardoor ook de bekendheid van die all time greatest hits.

Scève strijkt in zijn pakweg 500 ‘dizains’ (tienregelige strofen) met uiterste zorg en elegantie een ebbehouten strijkkam met  wilde,  witte arabierenhaar aan het meest verfijnde porcelein aan, maar ge moet al bijna connaisseur zijn om van de voortgebrachte klanken iets op te vangen, laat staan het aan uw kinderen te kunnen navertellen.

Hoewel, het is, alle verhoudingen daar gelaten,  met die beruchte duisterheid van Scève al net zo gesteld als met het hermetisme van onze Pernath: léés die teksten en je zal merken dat ze wèrken, los van alle geleerde commentaar en academisch gefrutsel met interpretatieve (imperatieve?) dwaalduiders. Het feit dat zoiets überhaupt  kàn, dat lyrische teksten kunnen werken zonder dat je er een sikkepit van ‘begrijpt’, daar is al driekwart eeuw geleden op gewezen door T.S. Eliot, toen die in z’n essays beweerde dat je niet echt het  Italiaans als tweede moedertaal  diende te beheersen om de Divina Commedia te ‘begrijpen’. Huh?

Wel, het weze duidelijk dat de hier geserveerde moeilijkheid zit in dat ‘begrijpen’, een  woord dat ik in voorgaande alinea opzettelijk met twee tegengestelde inhouden van ‘humaan bevatten’ liet vollopen. Een taalfilosoof of een cognitief neuroloog zou hier aan de slag gaan met een volgens zijn discipline verantwoord gerasterde opdeling van het begrip ‘begrijpen’, een ietwat rammelende opstelling die middels de nodige opstellen ofte  papers inplugbaar is in de Grote Kapitaal-geïnjecteerde Rammelkast van de Wetenschap. Zelfs een stagairke van luttele jaren in de Neo-Kathedraalse Bouwkunde, evenwel. zal u kunnen vertellen dat dat allemaal niet veel avance is, daar elk begrip van begrijpen een exterieure intelligentie of geextrapoleerde reflectie verondersteld die nu eenmaal fundamenteel onbereikbaar blijft (hoewel wij dat Buiten wel al tastend in het Duister kunnen Duiden).

Soit, ’t is hier de plaats niet om aan politiek te doen, dit is een ‘er’ dat niet kan rotten en als er geen rot in kan, kan er ook geen politiek in. Enfin, kom toch to the point, hoor ik u al lamenteren, en ik zou gaarne aan uw smachten beantwoorden ware het niet zo dat er natuurlijk weer geen punt is, tenzij dat wat u er zelf aan zuigt.

Léés Scève (ge moet misschien af en toe wat woordenboekskens gebruiken, maar die bestaan in klikbare vorm tegenwoordig, ge wordt daar niet zo moe van in uw handen) en het programma dat onze Maurice in zijn tekstuele code heeft meegegeven, zal ongetwijfeld in uw chaotisch uitgebalanceerd maar lichtjes naar lust & lillende lijfjes vreemd geattracteerde brein beginnen bewegingen tot stand brengen ( ’n keineig-schone uitdrukking is het niet: ‘bewegingen tot stand brengen’) die u tot een vorm van esthetische genotsbeleving zullen voeren, of  een pseudo-mystiek aanvoelen van het Ware, of u doen verlangen naar een livestyle magazine, enfin: u enigszins beroeren.

& Als dat niet zo is, bedenk dan gewoon maar dat ge waarschijnlijk gewoon geen Scève-zeef hebt, da’s niet erg, in tegendeel, het is statistisch aangetoond dat mensen zónder Scève-zeef een stabieler en gelukkiger leven leiden dan de met dergelijke Zeef Begiftigden (cfr.  Derrida’s omstandige en enigszins lugubere beschrijving van de Scève-zeef in De Gave van de Dood).

Er is overigens een directe link tussen de Scève-zeef en de Hemelse Teef aka Muze, maar dat is voor een andere keer want we hebben alweer het quotum leesbare tekst in een blogbericht ruimschoots overschreden.

Salut,

dv

PS.: Als ge vandaag met de kinders gaat wandelen in de Kesselse Bergen,  moet ge wel oppassen voor de Kesselse Knollenheks want bij nat weer is die nogal gevaarlijk knetterig geladen zoals een sidderaal of een superkwal

PPS.: de dizainencyclus ‘Lylia’ heeft,  hoewel het natuurlijk in het Echte haar Stof en Verbeelding haalt, net als Scève’s Délie, hoegenaamd niks uitstaans met enig bestaand persoon, ik moet dat toch even expliciet zeggen. Ik heb de naam mede gekozen om een  goede vriendin van mij  te plagen ( sommigen onder u zullen die link kunnen leggen, en meteen beseffen dat het geschrevene echt wel in niets de immer zonnige verschijning van deze dame in gedachten brengt).

De ware Muze, dat zou u onderhand al dienen te weten, is een per definitie fictief aggregaat van muzette bewegingen die zich in diverse personen of verscheidene tijdsstroken kunnen afspelen en die door de Dichter en masse ter hand worden genomen, de dikke strengel teugels van zijn Zonnewagen, waarmede hij  vanuit zijn smeulende Smidse door de vele Dimensies van het Heelal zijn strijdvaardige Entreprises onderneemt, in vijf jarenplannen, meestal, to boldly go where Noman has gone before.

Wie is dat toch, die Noman, en waarom Volgt den Dichter Hem?

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.