kabelzang

Muze, aanhoort het desperate suizen van mijn kabelzang.

Literatuur bedrijven op internet wordt niet serieus genomen want het is geen bedrijf. De status van tekst op internet is dan ook die van een voortdurend verval. Niets vast hebt gij mij aan te reiken.

Voortdurend verval? & daarin blijven schrijven? Uiteraard. Hoe anders kan je relevant schrijven op dit ogenblik? Verklaart u nader, gij vervelend stukske pretbederver!

Rustig maar. Het staat er allemaal al lang maar u vindt het niet & als u het vindt snapt u er waarschijnlijk  niks van. Hoe kan het anders, het vervalt voortdurend.

Hoe komt dat, die labiliteit van tekst op internet?

Elke datestamp (automatische tijdsmarkering van toevoeging van code aan de beschikbare code) initieert een tweedimensionaal vlak in de tijdruimte bepaalt door de kwalificaties van de tijdsmarkering & de omvang, en referentieerbaar door de Uniforme Resource Locator van het Bestand.

Ai. Een beetje te technisch, misschien?

Oké, zo dan maar:

Elk bestand (Bestanden , dat ken je, je doet er dagelijks honderden open) is een uiterst tijdelijk Bestand want het is meteen ( á la fois – Derrida) onderhevig aan de voortdurende perforaties van (o.m.) zoekmachines en menselijke raadpleging. Los van elke archiveringsproblematiek, die voor het digitale woord veel kritieker is dan voor het gedrukte woord, is de digitale tekst dus van meetafaan zwak en poreus.

Om maar iets te zeggen: elke Bestandsopvraging (als u een URL intikt, op een link klikt, een Bestand via een menu in een programma opendoet) is een herschrijving naar geheel andere co-ordinaten in de reële tijdruimte van een stuk Code. Hoe identiek de code ook is, de loopplaats van de Code is verschillend. Is dat dan zo belangrijk? Wat er geschreven staat is toch helemaal hetzelfde?

Wel stel het ’s effie anders:

Het in-differente van de code vervalt bijna geheel  t.o.v. de verpletterende differentie binnen het leeskader zelf, want het leeskader is zélf een voortdurend verglijden. Het leeskader is niet langer een stabiele, reële omgeving (hoekje-boekje),  maar zelf actieve programmatuur. De tekst. los zwevend in het virtuele veld, bevrijd van elke materiéle binding & enkel als code  gevangen in een magnetische oscillatie, wordt daarbij herleid tot ‘aandrijving’ van de interactieve leesmachine, de interactieve leesmachine wordt tijdens het lezen ook meer en meer een actieve mens-machine eenheid die ‘samen’ als een virtuele monade verderhapt in het kolossale tekstlijf.

Wat we dan missen ( terwijl we natuurlijk ontzettend veel winnen, maar daar heb ik het nu niet over want dit is een ‘negatief’ artikel, het positieve maak ik later wel met dit als mal), in feite,  is de absolute, want materiële referentieerbaarheid van het Boek. De gegarandeerde exterioriteit ervan en de erdoor gegenereerde materieel confirmeerbare drempels in de tijdruimte. Digitale tekst zet heel die configuratie, de eerdere tekstsystematiek, de vertrouwde leesmachine, op losse schroeven en dat heeft in de eerste plaats verstrekkende gevolgen voor de tekst zelf. 

Je kan je bij die absoluutheid van het boek overigens allerlei vragen stellen, maar laat ons het simpel houden. Wat je wel in de discussie dient te betrekken is da vervallende status van het Boek zelf. Het boek is op dit ogenblik onderhevig aan allerlei grensvervagende en stabiliteit corrumperende mechanismen en tendenzen. Is een POD boek een boek? Is de van een ISBN nummer voorziene gekopieerde doctoraatsverhandeling een boek? Is de brochure een boek?  Is de dichtbundel in eigen beheer een boek? Is de bestelde literaire bestseller, geheel conform de  nifte regeltjes van de ‘schrijversopleiding’ van de uitgeverij (een eufemisme voor de totale verknechting en radicale exploitatie van elk opgevist talent – vroeger kon je nog van min of meer vrijwillige prostitutie spreken, nu is het gewoon openrijten, de brute waarde eruithalen & dan de mesthoop op) , nog een ‘literair’ boek? Hoeveel sex moet er in een roman om de glanzende kaft te kunnen betalen?

Maar de meest frontale aanval op de status van het boek komt van het digitale medium bij uitstek: het internet. Want het internet neemt overal op massale wijze diverse functie van het boek over. Is dat erg? Helemaal niet, integendeel. Boeken krijgen nu de kans om terug zichzelf te worden. Gebeurt dat? Zoals het er nu uitziet: alles behalve, de verrotting van het boek, de verdere uitholling gaat voorlopig lekker door. Gaan we dan dood? Ja, maar vooral niet daaraan.

Terug naar ons onderwerp, de kabelzang.

Wat is het internet? Het internet is lopende code.

Materieel verschilt de praktijk van de aanmaak van literatuur voor boeken in niets van de aanmaak van literatuur op internet. Beide gewrochten ontstaan aan een computer en beiden ‘soorten’ auteurs maken dankbaar gebruik van alle hulpmiddelen daarvan, die allemaal hun kracht halen uit het internet.  Het enige verschil tussen mijn praktijk en die van pakweg Verhelst is, los van de kwaliteit ervan natuurlijk,  het feit dat u mijn gebroddel levend mag meemaken en dat ik er niet toe kom om iets af te maken, ook al omdat dat voor mij niet zo nodig hoeft. De enige deadline die ik heb, is de dood en die hebben we allemaal.

Wat zijn dus de verschillen?

  • de semi-openbaarheid van de coderingspraktijk ( de ‘normale’ auteur maakt ook uitwisselbare code aan op een machine in het netwerk, misschien is zij zich daar minder van bewust omdat een Microsoft omgeving dat via de perfiede metaforische verdoezelingen poogt weg te moffelen, maar het is wel glad hetzelfde, op de artificiële afgeschermdheid na dus) – dus eigenlijk het transparante van ‘mijn soort’ praktijk
  • de intrinsieke finaliteit van het schrijven voor gedrukte publicaties: je wordt verplicht afgeronde gehelen te produceren, affe, welomlijnde  dingen,
    • gladde bundels gedichtjes in plaats van stromen lyriek in horten en stoten met brokken & verstikkende slierten,
    • duidelijkfictieve fictie in plaats van realiteit-ondermijnende fictionalisering binnen een stroom uitbarstende code aangedreven door een reëel tijdsverloop en in directe verbondenheid met de rest van de niet-artistieke lopende code
    • affe theorie gepresenteerd als onaantastbare waarheden i.p.v. een natuurlijke groei met een herwaardering van de aloude commentaar-methode ( Torah) om tot een zinnige en levende tekstcreatie en tekstcultuur  te komen ( cfr Glossator)

Enfin je ziet onmiddelijk dat je als auteur in een boek eigenlijk totaal negatief tegen het heden in schrijft en dat je hier wél positief en hedendaags kan schrijven.

Bon. Voor mij moet dat dan maar. Het feit dat het economisch op dit moment niet haalbaar is om dergelijke praktijk uit te bouwen, dat ik dus alleen maar dagelijks en hárd op mijn dak krijg (de details zijn uw zaken niet maar ik kan u garanderen dat het keihard is) , dat is mijn pech, natuurlijk, want iedereen die het ondertussen op hun sloffen wel gemaakt heeft als auteur die blijft natuurlijk lekker in hun fauteuil zitten, om in de gesubsidieerde tijdschriften mekaars werk middels moddergooien en onderlinge nijd verder in de belangstelling te werken, of om als georganiseerde partners in crime het reusachtige aanbod van cultuurondersteunende overheidssteun af te romen.

& het Belastingsgeld van de braafjes slikkende burger gaat bijvoorbeeld naar de 54ste Nederlandse vertaling van Les Fleur du Mal. Naar tijdschriften die nauwelijks gelezen worden.  Of naar hoogdravende, prijzige  boekskens die alleen de familie van de auteurs op hun schouw willen hebben staan. Die zijn immers niet éénzijdig en kunnen wel op hun eentje garant staan voor de ‘nodige kwaliteit’.

Ach,  het inzakkende Lijk inclusief het verzopen Salon, de prijzige beurzen en de beurse prijzen, de necrologiën om de hatelijkheden goed te maken als het te laat is, de cocktailparties en de de witte bergen glinsterend van fake roem, glorie, afstompende sex en tot slijm gedraaide rock ’n roll, het weze hen echt allen van harte gegund.

Nieuw is dit allemaal niet, bijlange niet, lees er Horatius of Martialis of Tibellus maar op na – Ovidius niet, die begon alleen maar achteraf te klagen toen ie niet meer mocht meespelen-,  maar zoals alles in deze tijd is het aloude verschijnsel nu in het harde licht van deze quasi-ozonloze zon-dagen,  net iets extra zum kotsen.

Ook al omdat, waar ik dan wél aanspraak op wil maken,  namelijk tenminste de kans krijgen om mijn werk ongestoord verder te kunnen zetten, je ziet  natuurlijk  van hier dat ik dat soort minimale ondersteuning  zomaar zou gaan  krijgen ooit, de meeste  subsidierende instanties vereisen een kan-zwaaien-met-een-boekje vooraleer je zelfs maar mag appliceren.  Een onoplosbare Catch 22 voor dit locale zothuis.

( Positief gezien is het natuurlijk aan mij en anderen om de riem over de raderen getrokken te krijgen, we doen ons best, maar dedju,  ik ging hier niet positief zijn, vandaag ).

Soit.

Een voorlopige conclusie voor de literair geïnteresseerde kan zijn dat enerszijds de stabiliteit van het boek door het commerciële rot danig wordt ondergraven en dat anderszijds een geëigend gebruik van nieuwe media inzonderheid internet allicht aangewezen is,  maar hoe dan ook problematisch blijft, al was het alleen maar omdat voor de , euh, ‘kenner’, internet de literaire goot is, die je ten alle tijden netjes dient te negeren.

Anders verkoop je misschien niks meer  in de riool, zie je.

Enfin. Dat zegt ook niet veel. Alhoewel, maar ach: passons.

Het is ontzettend belangrijk om te blijven hameren op de prioriteit van de Code & het codale karakter van tekst t.o.v. de Gelezen tekst als geïnstantieerde code. Enkel in het volstrekt fictieve kader van een object-georiënteerde benadering vallen die twee samen als referentieerbaar object, maar dat is een joekel van een conceptuele valstrik, die enkel om kapitale redenen wordt gepropageerd.

Waarom is dat zo ontzettend belangrijk? Wel, voornamelijk,  dunkt mij

  • omwille van de labiele status van de tekst als code-instantiatie
  • omwille van de creatie van een uniform plateau, een ontmoetingsplaats van alle soorten Code

De status van heel de literatuur komt zo in direct contact met al de rest van het codeerbare, en dat is eigenlijk een onvoorstelbare revolutie, want au fond komt elke grens tussen het literaire en bijvoorbeeld het grafische,  het visuele tout court of het muzikale gewoon te vervallen.

Dat is pure winst, voor iedereen, maar op dit ogenblik wordt daar, in weerwil van al het modieuze gepreek over cross-over en het multi-mediale  ontstellend weinig mee gedaan. Omdat men er eigenlijk geen weg mee weet, want de kennis van de code als code ontbreekt grotendeels nog & die is in elke geslaagde medium-overschrijdende activiteit van cruciaal belang. Dat, en het intrinsiek procedurale karakter van alles wat je met code doet of kan doen. Je maakt geen objecten, je genereert als codewerker bewegingen in het virtuele veld.

Dat besef komt wel, maar het duurt, want geheel de (rottende) commerciële orde wil iedereen zo ver mogelijk weg van dat besef. Immers: geen objecten = geen producten = geen verkoop.

Vrije Lyriek, dus, maar als het dan echt vrij is dan haakt quasi iedereen pijlsnel af. Iets dat je niet verkocht krijgt is absoluut taboe. Want enkel verkoop garandeert kwaliteit. & Bij kwaliteit hoort distinctie & bij distinctie horen distinctieve goederen.

Ergo: het enige wat hier Vrij is, is het Westen, maar dat ligt altijd net iets verder Westelijk. Untsoweiter.
In die optiek  is het goed om weten dat velen tegenwoordig van het inzicht uitgaan dat de commerciële orde gewoon zichzelf aan het opvreten is. Dat je die dingen gewoon moet kunnen loslaten & je concentreren niet op protest maar op positieve actie en waar nodig, slachtofferbijstand. Voor kolerieke crypto-boeddhisten als mijzelf is dat soms wat lastig, maar ooit zal het mij wel ’s lukken…

***

Maar laten we effie teruggaan naar dat fameuze poreuze karakter van digitale tekst, dat leek wel wat.

Van het ogenblik dat je iets post op internet genereer je zoekresultaten. Daar is iets geks mee aan de hand. Want de zoekresultaten met al hun fragmentarische afdrukken (op het scherm – de gebruiker krijgt tekstindrukken van de tekstafdrukken op het scherm) verkrijgen prioriteit in het globale netwerkbeheer omdat het parsen/scannen (=stelselmatig doorzoeken) van de Kapitale Worm van het globale tekstcorpus op Kapitale Waarde voorrang heeft op de verwaarloosbare inhoud van de tekst (o heer ontdoe ons van Betekenis).  De mathematisch bepaalbare tekstverbanden (brute Markov chains : welke woorden staan er het vaakst met welke andere woorden in verbinding)  verkrijgen voorrang op de humane betekenis van de tekst , want daar heeft uiteindelijk nauwelijks iemand wat aan).

Is dat erg? Gaan we dan nu allemaal dood? Bijlange niet, enfin toch niet daaraan.

Je moet en kan er wel rekening mee houden. Als ik hier drie keer ‘gratis sex met hete Belgische wijven’ schrijf, zo dus:

gratis sex met hete Belgische wijven
gratis sex met hete Belgische wijven
gratis sex met hete Belgische wijven

dan genereer ik allicht een veelvoud van lezers voor dit bericht. Niet omdat het provoceert, maar omdat het scoort bij Google. Mensen gebruiken internet nu eenmaal waarvoor het dient, & dat is en blijft brute informatiegaring. & Het soort informatie dat de meeste mensen willen is nu eenmaal niet erg lyrisch van aard.

Vandaar ook dat commerciële blogdiensten zoals die van Skynet hun gebruikers juist aanmoedigen om het zo plat mogelijk te maken, de foto’s van het bloot breed uit te smeren enz, terwijl ze de teller lustig laten dol draaien zodat iedereen het gevoel krijgt dat hij/zij meetelt omwille van de geblogde inhoud. Niets is natuurlijk minder waar. De blogger telt mee als hij goede zoekresultaten genereert en dus bezoekers aantrekt die de reclame consumeren. Maar de illusie van de ‘mondiale publicatie’ wordt maar al te graag in stand gehouden. Terwijl de gemiddelde blogger nooit meer dan een handjevol getrouwe lezers bereikt, je geraakt immers niet snel buiten het kringetje dat zich spontaan vormt door middel van wederzijdse links en andere vormen van sociale netwerken. De literaire scene op internet, waar het publiek letterlijk samenvalt met de makers, beslaat zo ook niet veel meer dan enkele honderden mensen. Wat dat betreft is de overdracht van de reële toestand naar het virtuele kader alvast geslaagd.

Maar het corpus van de Nederlandse Letteren wordt op die manier wel een nieuw leven ingeblazen. Getuige de opleving van de poëzie, al kan je daar heel nare kanttekeningen bij plaatsen, in de trant van ja maar wàt voor poëzie dan. Toch, met een beetje goede wil en de ogen halfdicht, want dat staat ook zo clever : al bij al hebben we,  in potentie toch, een levend corpus van actieve code.  De Natte droom van elke auteur ( cfr Florian Cramer Words Made Flesh, code, culture imagination).

Het zou inderdaad mooi zijn mocht het internet  aldus erkend worden voor wat het is, maar de heersende projectie, naast de wantoestanden van de commerciële exploitatie dan nog (waartegen er vanuit de literair actieven op internet nauwelijks geageerd wordt, integendeel, men doet lustig mee in het reclame-opbod), is de eenzijdige en achterhaalde projectie van de conceptuele wereld van het statische Boek (Mallarmé) op het bewegende tekstlijf.

Met een stinkende ondode als gevolg, die nergens van de Kapitale doodsdrift wordt afgeleid, een beheersingsstrategie die middels een beetje inzicht in het globale tekstverglijden in feite makkelijk zou te realiseren zijn.

Niets van dat al zie je ergens. Immers, & af en toe moet je dat toch ’s luidop zeggen: overal poogt men het rottend poeltje van de Letteren, inclusief de economische verzweringen ervan,  gewoon simpelweg over te schrijven op de wetmatigheden van het internet, zoals men die dan plots denkt begrepen te hebben.
Kinders, dat begrip van u, dat is dezelfde denkfout als die waar  Amazon 10 jaar lang verlies heeft van geleden, tot men uiteindelijk is beginnen beseffen dat je hier dingen moet laten groeien, dat je dat niet kán organiseren, dat je met een top-down benadering nergens komt. Dat je vanuit een levende praktijk moet werken. En waar is de levende praktijk? Inderdaad: nergens.

(Tot voor kort alleszins, nu zijn er al wat pogingen, maar meteen is die verrekte commerciële refleks daar, terwijl dat allemaal niet zou hoeven, mocht men eindelijk ’s ophouden met neerkijken op wat men eigenlijk zelf doet , gebruikt en wil.)

Soit.

Magazines met Redacteuren & Opiniehoekjes & Onze Auteurs & Recensies & af en toe wat Bloot & Geil & vooral veel Schandaal en Affaires om het allemaal een beetje op te kloppen. Het Grote We Zouden Het Wel Drukken Maar We Hebben Niet De Middelen Meer Spel.

Oud zuur in fris belabelde kotsflesjes dus.

Het zou anders kunnen natuurlijk. Het heeft er zelfs een tijdje naar uit gezien. Helaas: het zal wel blijven bij het kòn. Het kan nog hoor. Mochten, bijvoorbeeld, tenminste niet alle daartoe capabele krachten zelf gevangen zitten in het kluwen van de Kapitale Noodzaak. Wetenschap? Oké, maar de Zaak gaat voor. Letteren? Oké, maar er moet verkocht worden. Kunst? Kom meisjes, laat mij niet lachen want ge gelooft het zelf niet.

Soit. Het leuke van internet is dat als je er niks van snapt je ook nergens komt. Minder leuk is dat je wel de illusie kunt hebben dat je wél ergens komt en dat je subsidiërende instanties dat ook kan wijsmaken, want die snappen er meestal nog veel minder van.

En je moet opletten dat je niet de mechanismen van het internet te vlug gaat bejubelen ook.

De openheid & de dynamiek is immers niet de wezenlijk positieve openheid & de dynamiek zoals bv gepropageerd door Deleuze, waarin “openheid” een voorwaarde is voor het vitale elan binnen de immanente meervoudigheid. De openheid van elke broncode staat veelal weer in het teken van de Castratie, van het grote Tekort, en het zich openen is geen actief gebeuren maar een verscheurdheid: elke eenheid offert zich aan een Buiten dat de eenheid ontkent, openrijt, er de ingewanden van blootlegt, onderhevig maakt aan het de gruwelijke vertering ervan door het Verloop. Het Verloop is de niets anders dan de Afloop van de Kapitale code. Het Verloop is een rottingsproces. Wat rot er? Het Exces. Wat is het Exces? Het geheel van onze culturele inbreng, de zweer bovenop het lijk van de koloniale uitbuiting.

Elk Verloop is gezien het afgaande spel van entropie en negentropie een verval. Daar valt niet veel aan te verhelpen, zo op het eerste zicht. Het verval is evenwel (ook) een creatief verval ( cfr Negerestani’s concept van Leperd Creativity).

  • Het rotten creëert een rotzooi ( cfr Negerestani: mess)
  • De rotzooi instantiëert de Rotzooi
  • De Rotzooi is globaal
  • De Rotzooi grijpt ook viraal om zich heen: elk nest van rottende Code ( de financiële markten bv) is een potentiële infectiehaard.

Het Reële, het Buitencodale, de Materiële wereld, het échte Leven, de Reële Economie (breidt gerust de analogieën naar eigen goeddunken uit, de conceptuele beweging blijft immers dezelfde, namelijk het verspringen vanuit een inwaartse wending van de waarnemingsspiraal naar een buiten, de Korst op de gedachtenzweer) geraakt door dit excessieve gebeuren, dit verrottingsverloop aangetast door de mechanismen van de transcodering.

Transcodering is het proces waarbij stramienen van het Verloop- bewegingseenheden, ritournelles- worden overgebracht van het Veld B waarin zij noodzakelijkerwijs optreden,  naar het omringende Veld A, dat gezien het Spirale karakter van de Inteelt altijd prioritair is aan Veld B.

Deze overbrenging gebeurt door virale kernen (virons) die in dit geval grosso modo overeenkomen met ons, wij, gij & ik: de mensch. Ik zeg grosso modo omdat het in feite gaat om diverse  verschijningsvormen van een “vinculum substantiale” (Leibniz) dat zich op, dóór of onder de individualiseringskernen van de mens bevinden, dus niet te identificeren als het (een) individu of de (een) groep of een of andere sociale cluster/netwerk.

De mens gaat zijn gang in de materie & draagt op virale wijze het eigen Rot uit. Waardoor uiteindelijk de hele planeet aan de verscheuring van het Buiten wordt prijsgegeven.

Een onvermijdelijk proces, zo lijkt het wel, tenzij natuurlijk, maar dat gelooft u zelf niet, lieve Muze, want uw lijf staat in het neonlicht het schone te verkopen, & wat ik zing  of zeg dat raakt uw affe kleren niet.

8 gedachtes over “kabelzang

  1. thanx for your contribution agam

    fermentation or rot as a first step for growth to be able to take place?

    along these lines perhaps we need to re-align the position of the author as a reading-writing unit of autopoetic machinery, a code shitting highly artificial autofagus that tends to loose its processing kernel of individuality in favor of ‘covering ground’ and ‘linking up’ with the rest of the colony.

    the extensive online profiling of the ego reduces its working function to a shallow labelism, de crust being offered to the industry of exploitation, and beneath it the material flow, the sex obsessions, the unmediated linkage with materiality that is constantly being denied hence it becomes an agency of desire canalized by commerce into sellable goods (fragrances , colourful objects, choices that are not choices but options i.e. restrictions).

    so next: further dissolution of the ego, the bodies are opened up further, laid bare, the guts of all intimate feelings are taken up in the relentless scanning proces?

    wrijten
    of : “schraven”? i.e. digging in the shit for usable parts? Surface archeology on the body of code?

    from the WNT:

    SCHRAVEN, bedr. en onz. zw. ww. Mnl. scraven. In dit woord zijn waarschijnlijk samengevallen een vorm van denzelfden stam als Schrabben en een met anorganische r naast Schaven. In N.-Ndl. niet meer in gebruik.
    A) Bedr. — 1) Bij kleine beetjes bijeengaren, veelal op inhalige wijze, schrapen. || Corraderen, schraven, scrabben te samen. Metaphor. vergaderen, V. D. WERVE, Schat 27 b. — Wat slinx dan is gheschraeft en kan niet langhe duren, V. D. CRUYCEN, Spreeckw. 48. Niet wercken dagh en nacht, om ghelt en goet te schraven, 538. Ik ben bakker geweest gedurende mijn leven, en ik heb met schraven en slaven groote schatten vergaderd, DE MONT en DE COCK, Vl. Wonderspr. 212.
    — In absoluut gebruik. || O Blinden mensch die graeft en slaeft en voor valsch goedt heel daghen slaeft, POIRTERS bij DE BO.
    2) De huid strijkend licht kwetsen, schaven. || Eene ongeschaafde plank schraaft de hand die er over strijkt, DE BO.
    B) Onz. — 1) Met de pooten krabbend in iets woelen, schrafelen. Vooral van hoenders. || t' Peerd neyde, t' beet, t' schraefde, t' wilde slaen, DE DENE, Fab. 141. Scravende hoe zy die wyngaerd ontwortelen mochten, DE DENE, Test. 58 rº. Sommighe ghuyle die byt oft scraeft, in Tijdschr. 21, 80 (aº. 1524). Schoon het dertel hoen mag eten met gemak, Noch schraeftet in de stof en laet den vollen back, CATS 1, 186 a. Het schraeft al watter komt van thoen, DE BRUNE, Spreeckw. 358. Hier was het recht-schavot van dieven enz. ... Somwylen siet men daer ... veel swarte Raven ... in het vleys der opgehangen schraven; En picken d'oogen uyt de hoofden met den bek, DE SWAEN, Lev. en D. v. J. C. 2, 125.
    — Zelden van een persoon: met handen en voeten. || Ghars loof of cruut jc nyeuwers en vynde ... omder dicte der snee. ... Hoe jc met handen of voeten scravende zy ... Nyeuwers en vyndic hiet, EVERAERT 24.
    — Bij vergelijking, in toepassing op het maken van een strijkage. || Al, om dat ick in het stof Niet kan schraven, als een hoen In den misthoop plach te doen, CATS 1, 428 a. Men vindt er die gelijck de hoenders altijd achterwaerts schraven, DE BRUNE, Bank. 2, 271.
    2) Een schrijnend geluid maken. In W.-Vlaand. || Het schravende zagen en 't kervende boren, GEZELLE, Dichtoef.1 66. Het schraven van de koorden, die men er van onder haalde, GEZELLE, Kerkhofbl.1 25. Dat snijdt altemale even scherp schravende en oorverscheurende en langdurende, dat men het zou ontloopen, A. VYNCKE, Br. 2, 217.
    Afl. Schraver („Te maecken dat hun recht gheen schraver en verkort”, V. D. CRUYCEN, Sal. 748).

  2. In writing we literary unfold life as it appears behind our conditioned senses, not influenced by ‘negative’ connatations resulting from interpretations and reflection.

    Dat wil zeggen: ‘wrijten’ : het afpellen van de eerste lagen, het blootleggen van de bast, het tonen van de kwetsbare binnenkant.

    The fermentation 1)

    the return of the shining lights , the sparkling star, the wet meadows, the dirty feet, the dirty hands, the smell, the rotten flesh, the dark corners, the inappropiate behaviours, the subversions, the stream of consciousnes

    The manifest, the stutter, the incomplete, the half build, the imperfections, the abnormal, the lunatics the insane, the wise, the holy, the readers, the seeers, the doers, the hearers.

    1) authorized un-writings as appeared on the internet during the turn of the century, collected and annotated, un-categorized and left alone for fermentation.

    Fermentation is alive!

  3. Mja, ik herinner me dat we het hier eerder al ooit over dat woord organisch hadden. Long long time ago, toen je nog op skynet zat. Whatever. Ik heb nog te weinig van Deleuze gelezen, om die associatie die het bij je oproept te hebben. Maar dat komt wellicht dan wel. Mettertijd (een zeer handig woord trouwens.)
    Het, dit, is nogal visueel (hier bij mij). Als wc-schuim of zo iets. Je spuit een beetje op een oppervlak en dat begint te groeien als een gek. Enfin. Om in de sfeer te blijven.
    Over boek en Google/internet enz. book was gisteren op Klara.be (Trio, 11.00) een programma. Heb het niet volledig beluisterd – stukje dat ik hoorde was erg typisch: de grote massa die nu ongeredigeerde informatie binnen blijft krijgen via internet en dat daar toch wat sturing nodig was (werd even later wat verzwakt…) (en ja, ik zal wel kort door de bocht gaan, door dit precies er uit te lichten – nogmaals ik heb het niet volledig beluisterd.)
    Enfin. Dat is nog te beluisteren op klara dus.

  4. sorry voor de uitwerpselen mensen (hm ik ga dat van dat schijthuis toch maar schrappen denk ik) , maar toch bedankt voor de complimenten.
    Misschien dat ik nog wel effie verder doe, ik moet rond deze thematieken namelijk een helder artikeltje plegen voor een ts, dus laat ik de volledige merde hier maar weer effie los, dan kan ik straks erin keuteren naar afspoelbare vaste deeltjes.

    De groei, So, is eerder anorganisch, plantaardig op zijn best, maar ik snap wel wat je wil zeggen. De term organisch is door Deleuze namelijk te zeer geproblematiseerd om nog door mij in die zin gebruikt te worden (organisch/natuurlijk tegenover mechanisch/gemaakt). Verrotting is overigens een proces dat het organische (de organisatie van de materie in levensvatbare, ‘werkende’ eenheden) ondermijnt en de dingen die voorheen in een organisch verband waren, terugbrengt naar hun oorspronkelijke exterioriteit, het mens-vervreemdende stof-zijn van de stof, met allerlei groteske tussenstadia waarin botten met verrottend vlees/zenuwen/aders/darmen allerlei uiterst tijdelijke monstruositeiten aangaan.

    Het rot is van daaruit ook een creatieve bron, we kennen allemaal de inspirerende functies van de herfst, dat kan je vanuit deze optiek toeschrijven aan het abjecte, radikaal divergerende proces van het rotten zelf, met een zichtbaar en dreigend Buiten dat van binnen uit de dingen naar buiten stulpt, en een afschuw wekt die wij met onze perceptieslijm, onze vertrouwelijke omgang met de ‘natuur’ onschadelijke denken te kunnen maken.

    Allemaal ideeën die in CYCLONOPEDIA, het boek van Reza Negerestani, duidelijker en meer diepgravend worden ontwikkeld, ik kan het boek enkel maar blijven aanraden. Bij Negerestani staat veel in het teken van de problematiek van het Midden-Oosten, dat is dan ook zijn realiteit, maar wat hij aanbrengt is ook voor de Kathedraalse Leer een behoorlijke verrijking omdat hier voor het eerst een ondergraving van het klassiek Humane vanuit het spreken van de Stof zelf wordt ondernomen (de ondertitel is “Complicity with anonymous materials” – medeplichtigheid met anonieme materialen, lees : olie), en omdat er een ernstig discours wordt opgebouwd los van al te simpele personalistische benaderingen van actieve ‘intelligente’ processen die zich duidelijk glad naast het humane afspelen.

    Dit alles in het teken van de ‘tweede copernicaanse revolutie’ waarbij de humane intelligentie als middelpunt en bekroning van het intelligente of (de potentie tot) bewustzijn wordt ontzet, en waarin de mens duidelijk het deksel op de neus krijgt van intelligente en reflexieve processen die zich om ons heen afspelen en zich geen fluit aantrekken van onze besoignes, die meestal toch maar terug te voeren zijn tot een (levensnoodzakelijke) fictionalisering van de realiteit.

    Enfin, soit, ik weet het, het is zondag, maar ik dacht, nietwaar, we hebben nu toch een uur meer…

  5. Mag een welgemeende ‘shit’ bij deze tekst nu die alweer anders uitziet dan daarstraks? Hm, leuke lap tekst anders. Organisch, als dat zo blijft groeien.
    Shit dus.
    En verder draai ik dan maar mee de verrotting in. Pfff. Het zal me een rotzorg wezen.

  6. Lieve Help!

    En moet ik zoo aldus
    Kruipend door kabels
    Codes Restricties
    Muffige klei
    Grondwater
    M’ een weg banen
    Naar gij?

    De snoeren alom
    Het onbesnoerd
    Hoerig beroerde
    Snelwegverkeer
    File gedichtem
    Het blije zwaaien
    Van kindergezichten
    En mama’s met wensen
    O help me een vangrail
    Help me een vluchtstrook
    Een praatpaal maar help

    Ginds staart de einder
    Het dokwerk de meeuw
    Het grijzende maanlicht
    De winterse schreeuw
    En al wat daarop rijmt

    Sterft in een digitale spreeuw

    Enfin
    Zoiets

    En desalniettemin
    Mijn compliment

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.