moment (64)


cbdv132(voor cb)
als het moment voorbij is, is dat zo
de noodzaak van  de tijd, oorzaak
van het kwaad in ons, is nu eenmaal zo
er zijn zovele werelden waarin wij

elkaar vinden kunnen & dan gaat alles
weg. zoek mij in mij op, zoek het pad
haal de dweil erover. verbindt ons
haal de striemen aan van eeuwigheid.

vergeet mijzelf. ik ben u niet waard.
maar ik sta wel recht in u. het geloof.
als het moment voorbij is begint
voor ons het eindeloze, de hoop

op wat wij zijn, verslingerd  aan elkaar
ons leven in ons leven, diepte in diepte
vaste verbondenheid in elk gebaar

moment (63)


cbdv131(voor cb)

de onwerkelijkheid van het bestaan is bot
je snijdt jezelf daaraan. kijk in mijn gelaat.
ik heb er alle sporen van. kijk in mijn ogen.
niets daarvan blijft over, alles blijft wel bestaan.

er is de boom die rijzende zichzelf sterker maakt
er is de heerlijkheid van wolken boven ons
er zijn de kraaien die ons haten. er is niets
buiten ons, alles zit zo diep in ons verborgen

er is geen antwoord op uw vragen, de vraag
is dom. de werkelijkheid van het bestaan
is botter dan de droom. uw lippen zijn
zo levenloos, alsof u nooit de woorden kende.

ik spreek ze uit: zij is weergaloos. niets van u
kan aan haar raken, u raakt haar koude tenen niet.
u kan mij blijven haten maar dat deert mij niet.

moment (62)


cdbv127(voor cb)

de liefde is de liefde niet, de liefde is zichzelf
de wereld begrijpt de wereld niet maar ik wel
ik voel de takken die mijn haren strelen
ik voel vooral vergiffenis, schoonheid die

zichzelf in haar herkent.de waarheid is
een open klaarte, klaar voor iedereen.
maar blijkbaar wil niemand die gebruiken
de dag is jong. vergeef mij  de ontstentenis.

doe maar. vergeet u zelf & mij.  doe het toe.
sluit de boeken. maak een einde aan ‘t verhaal.
zeg het woord dat op uw lippen ligt te rillen,
hoe u zich in u vangen wil, amusement. tril.

mijn blik is klaar, ik zie enkel haar, haar
schoonheid is iets wat u nooit krijgen zal
mijn handen in haar handen maken alles waar

moment (61)


cbdv130(voor cb)

de vormeloosheid die wij ontwaren
is de vorm van de rechtschapenheid.
in de chaos is verscholen de pracht,
de parels van de diepste duisternis

het licht breekt aan als alles is gedaan
zuiverheid is een droom, net als taal.
woorden kunnen woorden niet zuiveren.
gebaren hebben niet het recht om recht

te staan. wij wankelen. twijfel is niet
de reden van ons bestaan. de ogen
die elkaar ontmoeten mijden de ogen
omdat wij niet de diepte kunnen zien.

alleen bij jou heb ik de zin gevonden
waarin elk woord met elk woord paart.
ik kijk jou aan, pas dan is er ontstaan.

moment (60)


cbdv129(voor cb)

het druilt, & druipt, het hemels water loopt
de heuvels af alsof het een verschoning is.
de zon nochtans was oogverblindend, het licht
verscheen als schijn in de vorm van het bestaan.

de zwarte kraaien huiverden met mij, op
zoek naar wormen in het gras. ik hoor
muziek in hun gekras. het verlangen is
is verlangen naar een iets dat er niet is.

ik tel mijn vingers af. op zoek naar goud.
nergens ga ik ooit iets vinden, jong of oud.
wij zijn vervloekt met eenzaamheid geboren
& het einde neemt de vorm van einde aan.

alleen jij blijft in mij bestaan als zekerheid
jij spreekt de woorden uit die ik niet uiten kan.
een totale ommekeer, verstrikt in het verhaal

moment (59)


cdbv126(voor cb)

gans de aarde treurt omdat de mens
een monster is in menselijke gedaante
hun woorden spreken woorden uit
waarvan niets ooit ergens echt gebeurt

hun daden zijn verschrikking, achteloos.
de regen weent, de wolken waaien ons
orkanen toe, wij nemen niets daarvan
echt ernstig, verliezen tijd in gepalaver.

de vogels zien de moorden die wij doen,
de kunst rondom is enkel amusement,
de doden tellen de doden op als  quiz,
de bomen buigen ons erbarmelijk toe.

enkel in de diepte van jouw bruine ogen
herken ik nog waarom ik geboren ben.
geen hoop, maar zekerheid: dit alles kan.

moment(58)


bow_of_life(voor cb)

de aangestelde tijd is onbelangrijk
de omgeving is te groots voor ons
ik loop met jou door weidse velden
spiralen in de spiraal van het moment

alles draait om alles, ik om jou & jij
om mij. wij zijn verloren in de ruimte
onze liefde brengt klaarte in de ogen
de tranen van de tederheid verblindt

maar het zonlicht is zo schitterend
gebrek aan duisternis die ons verbindt
de droefheid in mijn ogen is bijkomstig
ik slaap niet maar ik droom bij dag van u

de waarheid is nu ontzettend zwaar
onze dagen zijn tot slotsom opgeteld
maar wij  horen eeuwig bij elkaar

 

moment (57)


cbdv125(voor cb)

er is geen leven als er geen leven is.
de zon brandt in mijn ogen. de dood
is een  dwingeland. het maakt alles
om het even. mijn verzet is onverbiddelijk

ik heb nu eenmaal in uw ogen gekeken
dat was een totaal ander verhaal
er ging zo’n pracht vanuit. nog nooit gezien
bloesem. verblinde schittering, zon

die zon was omdat het zon wou zijn,
bloemen die elkaars bloesem wouden zijn
rozen die elkaar prikkelden omdat het
niet anders kan. gezond verstand van

de natuur die de onze is, de enige. alles
wat wij zijn. ik heb u lief omdat ik niet
anders kan. het einde is voor iedereen

moment (57)


cbdv121(voor cb)

lieveke mijn lieveke de duisternis is daar.
ik tel mijn woorden op, de som is klaar
de helderheid is oogverblindend, alles
zonneklaar. de verbijstering is groot.

een enorme leegte maakt zich zichtbaar
wormen die de wormen vreten, zand
dat in het zand verdwijnt. water dat
geen water is. kronkels in woorden

die niets zeggen, een gebaar van  misverstand
onze handen zijn ontoepasselijk, misbaar
in het de heiligheid van het gelijk, snelheid van de tijd
onze zoenen zijn een kus voor nooit, versneld

het onmogelijke is waar: jij & ik bij elkaar
maar dat moet jij doen, ik krijg dat niet gedaan
alles wat  ik verwacht is een gebaar. beweging ooit.

moment (56)


cdbv120(voor cb)

het ogenblik is aangebroken . alles is verteld
de dag is wit & breekt zwart aan. de nachten
zijn eindeloos, de ochtenden een marteling
ik zweef alsof ik zweven kan. dom van mij

wij zijn een & ik met u, genadeloos verbonden
in de eeuwigheid. de klank ontbreekt
alsof er ooit geluid kon zijn? ik hoor niks
hoor jij iets? de klank van mijn stem in jouw

oor misschien? ik ben radeloos. onmachtig
als ik ben omarm ik jou, de klank is te erg
dat wil ik niet mededelen, niemand mag dat lezen
alles gaat schools & slaafs & lief voorbij

de uren dat ik bij jou ben zijn weergaloos
ik tel de seconden niet meer af. ik neem
de tijd met mij in bed. klok klok tik tak

moment (55)


(voor cb)

de dromen vertalen zich naar moorden
alle letters draaien om & om. de taal
heeft zich van mij in stilte verchoont
de woorden draaien om & om. gelijk

is enkel wat ik bij jouw lichaam krijg.
de lege takken wuiven in de winterwind.
de kraaien hoesten het volmondig uit:
klop klop mag ik er niet in. ik weiger

alle zin is in een dieper rijk verborgen
ik heb niets meer om u te beschamen
alles gaat vergeefs naar alle anderen uit
mijn liefde is niet meer in taal te vatten

ik leef voor jou, mijn wereld is kleiner
dan de jouwe. ik smeek om jouw bekommernis.
doe iets voor mij: heb mij lief of maak mij af

moment (54)


cbdv115(voor cb)

de dag begon met herinnering
een kronkel in de tijd. slaafs alsof
er niets of ergens iets verloren was
terwijl de huid jeukt in mijn huid

het krassen op het krassen wil
geen tegenstand meer. exploratie
van de leegte in de leegte. de stilte
van de sneeuw alom. het kreunen

van de bomen raakt mij niet langer meer
ik heb in leegte de volledigheid gevonden
de zon raakt mij niet langer aan. slang
die mij aan het sissen slaat, een ondergang.

de zee ben jij. jouw strand ben ik, branding
aan het water dat ik niet ben. de vertaling
is gekkenwerk. mijn handen strelen jouw haar

 

moment (53)


cdbv114(voor cb)

het treuren trekt aan mij, de woorden
worden natte koorden rond mijn hals
langzaam drogend in de winterzon.
mijn stem raakt klem van het gemis.

de uren dat ik jou niet zie, niet voel
ik durf ze niet meer tellen, ik kijk
weg van tijd & klok, die getallen
schrijden weg van jouw betekenis.

ik zie jouw ogen slechts, hun schittering
jouw lichaam & jouw lach schrijven al
mijn woorden weg, ontkennen wat ik zeg.
& toch: de stilte maakt dat ik nu beef & ril,

schril in tegenspraak met hoe jouw wezen
mij steeds voor een moment de eeuwigheid
instuurt. jouw warmte, liefde leeft zo diep in mij.

moment (52)


cdbv113(voor cb)

het leed is geen verleden tot het leed
verleden is. verdriet is van geen tel.
de liefde telt de dagen van de liefde af.
vriendschap is een al te dwaze illusie.

ik vind geen woorden voor de afschuw
die een mens aan mens met graagte geeft
wij doen elkaar de das om, welgestrikt
terwijl de schoonheid in ons allen leeft.

ik doe mijn jas aan & mijn bruine sjaal
ik kom buiten & ik zie niets dan haat:
wagens die elkaar als blik beloeren
& dan wegrazen van wat hen beroert.

ik zit met jou in de auto, verstrikt
in wat ons met elkaar verbindt. niets
evenaart de stilte. eenheid overal.

 

moment (51)


cbdv113(voor cb)

de wereld wordt door de wereld overschreven
bestanden die in elkaar vergaan. ontluistering
van klanken die de mensen maken om elkaar
als mensen te begrijpen, ontleding van een code

terwijl de taal van vogels, regen, zoveel mooier is.
wij zijn de woorden kwijt die wij ooit waren
alles gaat in alles op, & niets ervan blijft over
de parel van de pracht snelt ons als glans voorbij.

er komt geen einde aan. de droom is weg & weg
iedereen heeft genoeg aan einde. snel. laat komen
de duisternis der nacht.verbijsterde verbittering.
ik weet nog wat ik zeg. ik woel & wentel in mijn bed.

maar alles wat ik jou vertel is waar: slome sluier
rond mijn armen, onze handen in de handen die
de handen vinden in handen. vingers in jouw haar.

moment (50)


larouteestnoir(voor cb)

de mensen zijn zo achterdochtig, terwijl er
enkel liefde is. wie heeft er schrik van wie?
alles is zo simpel, klaar als klaterende beek. de
daad blijft soms achterwege, de gedachte

is constant. de lelijkheid gebeurt in kleine
hoeken, alles is een open boek. lees daarin
je merkt het in voetnoten, letters die er niet
toe doen. mijn geschriften zijn kleine bijzaak.

ik heb aan niets iets toe te voegen. ik doe
wat ik doe omdat ik niet anders kan, bijna.
ik doe mijn onbestaande boeken toe. ik schrijf
nog heel even om te zeggen dat ik van u hou.

haar liefde is een waterkind, zij zwemt in
waters waar ik niet komen kan. ik was er wel.
maar alles is als vijver opgedroogd. gespartel.

moment (49)


RuistGijZwarteZeilen(voor cb)

in de diepste krochten van mijn verknocht bestaan
heb ik geleerd dat ik totaal alleen ben , niets dat
rondom mij als bloem bestaat. ik wens het niemand
toe, want niets doet er niet toe. de regen niet, de

dagen zijn in eindeloos verval. het ruisen van de takken
is het ruisen van de takken. er is slechts sterfte om ons
heen. ik hoor somtijds een uil nog roepen met intens
gevoel.  nostalgie naar leven dat er niet meer is

ik heb vandaag een hoopje kinderen zien lopen
blij & met gezang als kleren zo fleurig uitgedost
& niemand wou hen zeggen hoe het afloopt later
snoepjes  & een cent of twee is alles wat er komt.

ik wacht de lente af waarin ik jou hervind. koud,
jouw lippen die ontwaken, parels ijs op je wangen.
& dan is er plots weer een aards aannemelijk verband

moment (48)


cdbv112(voor cb)

 

de draad is dun als rag geworden:
zilver op de dauw van morgen. ik ben
verstrikt in jou. een werelds web van
duizend spinnen spellen mij jouw naam.

ik wil elk moment herhalen terwijl ik weet
dat niets voor weerkeer vatbaar is, ooit.
ik zie het als een sluier voor mijn ogen.
alles komt tot slotsom, eenvoud van besluit.

ik zie jou ogen als een gouden dageraad
jouw huid is mij een laken, jouw lippen
doen mij duizend talen spreken, niemand
ziet nog wat ik zeggen wil, enkel jij, jouw zoen

 het is nochtans een woord van pure zijde,
duidelijk zoals de pracht van volle maan
ik wil alleen in jou nog liefdevol bestaan

moment (47)


cdbv111(voor cb)

de dag begint met een vergeefse dageraad.
de zon ontbreekt, alles ligt in dode scherven
het leven heeft zich in het leven uitgeleefd
het duister is ons als een kind bevallen.

ik sluit mijn ogen niet, ik kijk alsof ik er nog was
de draad is eindeloos, de bomen treuren mee
het gekronkel heeft haar eigen schoonheid
ik wou dat ik daar nog deel aan had. mijn tak

is dor & af. ik schrijf nog woorden omdat ik
niets anders ken. slaap zacht bij mij. geef
mij nog de kracht die ik niet ken alsof er
nog een kans op leven is. die is er niet. is

ik sterf een zachte dood in jou. je doet
alsof mijn bloed in jouw aders vloeit.
geef mij de vrijheid om in u te sterven.

moment (46)


cdbv110(voor cb)

de dag waarin ik opsta is een dag van goud
ik zie heur haar, haar ogen schitteren, haar
lichaam kent mij alsof ik nooit geboren was
de eeuwigheid in een moment vertaald

ik omarm haar lijf en lendenen omdat
ik nooit iets anders heb gekend. naakt
eiland waarin ik als een  wervelwind
ontketen. alles gaat in alles over. niets

blijft van ons bestaan. van de uren blijft
geen seconde over. ons vel  heeft onze
huid herkend. ik tel ons af & af & af
lijden waarvan het leed zichzelf ontkent.

ik kus u als geen ander. ik geef uw lijf wat 
er aan bestaan ontbreekt. belangeloos ga ik 
in u teloor. de wereld is verloren. wij niet.

 

moment (45)


cdbv109(voor cb)

ik zeg vaarwel in januari. mijn leven ontbreekt
zin. alles is tot niets vergaan. de dood heeft open
ogen, vergeef mij  dat ik in u bestond. ik heb nooit
bestaan, het misverstand was groots & grandioos.

wat ik gedaan heb was  misschien een schittering
maar alles gaat in mij als duisternis teloor. ik
heb u lief, ik zie uw ogen in mijn ogen, het licht
is weergaloos. ik neem u mee. er gaat niets

verloren, alles komt bij alles weer terecht.
blijf geloven in de schoonheid der dagen
hou de liefde als de liefde in u vol. ik draai
om mij nu, de dood draait in mij als tol

jouw lichaam was festijn, jouw ogen waren 
ogen die de wereld openden voor mij. ik
stond verstild & was als kind zo blij

moment (44)


cdbv108(voor cb)

ik heb mijzelf in jou totaal misrekend,
de schoonheid van het licht dat er niet was.
mijn handen zijn  nu vreemde stekels,
stoppels die de leegte met hun dood omarmen.

vingers die geen vingers vinden, adem
die geen kus meer vindt. de slapte
die mij overkomt is iets dat niet meer
overgaat. een overgang die er niet is.

ik ga de kraaien mijn  verdriet
in zwarte veren vertellen. ik sterf volgende
maand. afscheid is een moeilijk woord
ik doe het daglicht als een strikdas om.

ik ben zo trots op jou,  jij hebt mij alles
gegeven, zelfs het niets dat ik niet wou.
laat mij maar in alle eenzaamheid vergaan.

moment (43)


cdbv107

(voor cb)

ik ken geen woorden meer die ons omschrijven,
elke zin houdt met elkaar noodzakelijk verband.
de letters in mijn mond zijn droge as geworden
inkt die in die diepte van de nacht  verdwijnt.

ik kus de lippen die jouw lippen waren, ik voel
jouw tong alsof het licht nog daar was, weerlicht
in de diepe spiegel van elkaar, blik die blik
herkende, glans die in de glans verglaasde.

er is een diamant in mij ontstaan. alom is
er schittering. de scherven ik & jij zijn heel
alsof er nooit iets breken kon. de tijd heeft
het moment tot meesterlijke kilte uitgeklaard

ik tel de dagen alsof er dagen waren. ik zie
het leven alsof ik nog een leven heb. schoonheid is
herinnering. ik wacht & wacht alsof er toekomst is

moment (42)


laMarieeHaute(voor cb)

in de diepte van jouw  bruine ogen heb ik
mij herkend. jouw lijf heeft alle randen,
kantjes hier, vingers in jouw strakke haren
voeten die de rust bij voeten rust hervinden.

mijn kus is een mirakel. de tijd staat stil.
ons bed is heel beleefd. er is geen uil
die iets nog zeggen wil. de lakens zingen.
jij wordt eiland dat ik met de zee omspoel

ik zeg een woord dat ons omarmen wil,
ik zie de dagen die ik niet dragen kan.
ik voel de letters van jouw naam, kerf
in alles wat ik niet meer ben, ik loop over.

ik zal jouw zijden als een lief omarmen
ik wil met jouw bestaan in ons vergaan.
ik  ben zo kwijt in u. uw kus is mijn besluit.

 

moment (41)


cdbv106(voor cb)

de diepte is de diepte die ik ken, alles heeft voordien
bestaan. ik draai mij om in u & ik kom nergens uit.
mijn bed is leeg, iemand heeft mijn ziel verwijderd
& de wereld wil niet overgaan. zonlicht breekt mijn

ogen open, een vette kras terwijl de kraaien roepen.
mijn maag is bulk, mijn lippen zijn tot kus verzweerd.
ik strompel naar beneden waar jouw jas nog ligt
ik zoek de zakken af op zoek naar jou. ik blaas

alsof ik beter weet. ik sta te rillen in de keuken,
mijn lichaam gaat aan mij totaal voorbij. stil,
want alles is versteend in mij, begin ik de gedachte
er is een mes dat tergend langzaam snijdt in mij.

de wereld heeft in ons haar zin gevonden, alles
komt in ons tot alles klaar. ik knip jouw stralen
uit het stralen van de zon in zee. ik lik jou branden uit

moment (40)


(oploop_klvoor cb)

ik ontdek een veelvoud van mijzelf in jou, begin
zowaar van mij te houden, alle strepen, kleuren,
ik zie mijn wrevel in jouw lach. jouw lichaam
is gewillig, ik vestig hier & nu mijn hemelrijk.

ik rand je aan. ik sleep je zachtjes bij de haren.
ik zeg je alles wat ik nooit meer zeggen wou. de
stilte is de pluche bodem van jouw diepste zucht.
jij wordt geluid van donkerblauwe regenbogen.

je staat op alsof je mij verlaten wil. niets van dat al.
jouw ogen krijgen blote fonkels mededogen. ik doe
er het zwijgen toe. er zit een veelvoud van mijzelf
in jou. ik kleed mij uit. de dagen vallen af van mij.

het licht wordt roze eerst, & purper dan, stil
begin ik te rillen, alles is zo vreemd & koud
tot alles bij ons komt. ik ben met u getrouwd.

prul


Het zuchten is aan mij niet echt besteed. God is droefenis, verbaal kabaal. Er wordt verteld. Ik heb de concordantie thuis, & het kapitaal. De draden rekken draden uit. Alles houdt met elkaar verband. De trap is stijl. Trede na trede komen wij nader tot de verlossing. Er is wat schimmel op de voeten (wrijven we eraf). Ik draag de dagen zoals de dagen zijn, de blijdschap is een rode bes. Het verschil zit in de woorden, alles wat ik niet zeg.

Ik raak de blanke huid alsof de blanke huid door mij geraakt wil worden.  Er komt een blos op je wangen. Alles gaat achteruit. Er komt snelschrift aan te pas. Ik vind mijn spreken niet. Ik kribbel in een schrift dat niet het mijne is. Er heerst verlatenheid in onze rangen. Wij zijn onszelf niet meer. Langzaam, alsof het zo moest zijn, valt je haar op mijn schouders. Ik geef een knik terug, ik stik.

Ik tel de dagen alsof dagen telbaar zijn. Het zuchten wordt snurken, het vergeefse van het licht. Alles komt naar alles toe. Ik wrijf jou in mij uit, ik doe mijn boeken toe.

moment (39)


cdbv105(voor cb)

er is een storm, de deuren klapperen, de maan
heeft zich verscholen, flarden wolken dragen nog
haar naam. ik kruip zo diep het bed in dat ik niet
meer ben. afwezigheid is wat ik wil bereiken, de

ramen zijn intact, het gaat goed. wat jij mij doet,
hoef ik niet meer te zeggen, ik ben twee benen
met gebrek aan goud. het regent & ik zie mijzelf
verdwijnen,  wij leven in een druipend regenwoud.

ik tel de dagen op & af, zonder jou word ik niet oud.
in mijn handen zitten melodieën, vegen been & borst.
vaag is de herinnering, jouw haren in mijn mond.
het middelpunt is stilte, wij die in elkaar zijn. versuft

sluit ik de gordijnen. ik haal je uit jouw badjas
zoals je oesters uit hun schelp bevrijdt. stilaan
dringt door tot jou mijn reden van bestaan.

moment (38)


cdbv104(voor cb)

in het verslag ben ik, ondergetekende, patiënt, de dragende,
mijn liefde is verlaten huis, mijn daden ziektebeeld,
mijn antwoord is een vraag naar verder onderzoek
mijn woorden zijn symptomen, de wereld bleek niet echt.

ik word beladen met gebrek dat ik niet ken, gemis
dat in uw denken sluimert. dode slang, gesis in
de ochtend, eieren des middags, ‘s avonds wriemelen,
vervelling van uw dromen, de vette grijns van de verveling.

ik raak mijn huid niet aan, ik zou niet durven. iedereen
heeft recht op compensatie, de wereld is dermate krom.
ik sluit. de bunkers jij & ik gaan dicht. er is een volle
maan, de zee die beukt, een uil vliegt roepend over. het

daveren tussen ons wordt grens die overschreden is.
het laken wordt woestijn, de zon brandt door ons door.
de zoon die wij verlangen is te laat, alles is vergaan.

moment (37)


cdbv103(voor cb)

prognose: niets voel ik. mijn bestand is gedeleted.
het zwart omrandt mij als gegoten. de kartels niets
rondom grijpen in het niets dat ik ben. de woorden
liefde, pracht & praal. de beweging van jouw ogen,

weg van mij, kind in de toendra van miskenning.
jouw licht dat mij ontbreken zal, mij breken.
de muren krijgen alle letters van jouw naam. ik
spreek jou aan in bed alsof jij mij nog horen kan.

er komt een schreeuw, één of ander dier veronderstel
ik, maar een schorre keel wijst mij terecht. Ik hang
in touwen slijm die het rot met mij verbonden houden.
mijn taal heeft mij verlaten, ik weet niet wat ik zeg.

ik voel niets. ik zie jouw frêle plukkehaartjes breken
in mijn mond. ik kus je schouders alsof god bestond
uit schouders, borsten alsof god, navel. ik alsof.

moment (36)


cdbv102(voor cb)

“je dois attendre que le sucre fonde”
Henri Bergson

geluk bestaat slechts bij momenten. het is geen
goed dat ons gegeven is. gelukkig is de mens
die zich even weet van plaats & tijd ontheven,
& van zichzelf verlost, verloren in de ander, kwijt,

& zalig zwevend in de oksels van de eeuwigheid.
daarna komt weer de tijd tapijten rollen, spijt
wordt nostalgie, laken met wat pluisjes hunkering.
& niemand kan het streven laten naar herhaling.

maar er is niets dat je herhalen kan. vergetelheid.
het staren naar lampen alsof er licht in zat, het iets
dat je mist dat nooit ergens was. er is geen duur
in dit leven die zich verhoudt tot de duur van het al.

ik zit te wachten, ergens, een café. de tijd verglijdt
& jij bent daar, onaangeroerd. jouw stem is zacht, 
jij bent bereid. ik zeg vaarwel aan alles & de tijd.

moment (35)


cdbv101(voor cb)

uit het ergste leed komt voort subliem genot.
uit wanhoop is de hoop gebannen & het leven
ziet zich naakt geboren, sterven, gans haar lot.
in het diepste zwart zit al het licht verscholen

& in het licht krijgt duisternis haar naam. wat
binnen is, krijgt buiten ons de plooi van ruimte.
wat buiten is, wordt binnenin bepaald. nergens
is de plaats die er niet is, omdat niets de plaats

naar iets vertaalt. ergens is niet nergens, de tijd
vindt daar wel plaats. bij ontstentenis van tijd
is nergens overal: binnen, buiten & bij gebrek
aan duur bepaalt het zich tot niets, een eeuwigheid.

ik richt mij op, ik sterf in jou, mijn leven wordt
door jou totaal omsloten. de tijd splijt, de verte
is oneindig, zwart. & daaruit rijst jouw felste licht.

moment versie 1.2.1


cdbv95

tekstuele wijzigingen aan 22 van de 34 reeds geschreven gedichten, van één gedicht is enkel de interpunctie gewijzigd. ondertitel toegevoegd:

moment versie 1.2.1

moment versie 1.2


verval8

nieuwe versie van de moment-cyclus (onafgewerkt), nu met grafisch werk van c.d. en d.v.:

moment versie 1.2

moment versie 1.01


(euh, eentje vergeten):

moment versie 1.01 (pdf-bestand)

moment versie 1.0


verval8een gereviseerde versie van alle ‘moment’ gedichten tot heden is nu beschikbaar in een pdf-bestand. klik op onderstaande link om het te openen/downloaden:

moment1-0

 

moment (34)


cdbv015(voor cb)

in de tot duur ontrafelende eeuwigheid
mengen zich de slierten zaligheid met slijm
& slijk & slingers van genot. niemand.
geen levend mens beseft wat zij in mij

heeft aangericht. ooit misschien, wanneer
het zwarte deken van de dood u overvalt.
wanneer uw levenloze ik tot ster & stof
desintegreert, wanneer het licht u algeheel

ontbreekt, wanneer u zelf uzelf nergens meer
kan vinden, zal u iets van dat moment beleven.
ik gun het u van harte, maar ik vrees van niet.
de kans is klein dat u een deel van niets kan zijn.

wij trillen na. in de verduurde eeuwigheid
mengen zich de slierten slijm met slingers
van genot. langzaam glijd ik weg uit haar.

moment (17)


(voor cb)

elk wachten is van korte duur. het al is
al zo vaak gebeurd, de tijd is een spiraal
in elf dimensies, een web van draden
in de vaste stilstand van de eeuwigheid.

de pijn herhaalt in elk moment de pijn.
het genot herkent zichzelf in elke zucht.
de woorden spinnen om & om het falen
hun leegte met een schil van zin te kleden.

je wacht al uren op verlossing, dagen,
jaren. in het striemen van de regen
licht het juiste nummer van de bus
plots op, of niet.  het wachten heft

bij pijn, de dood & genot het wachten
op. ik hoor de klik in het slot. jij staat
daar, mijn droeve eeuwigheid genot.

moment (33)


sdbv100(voor cb)

de tijd heeft meerdere dimensies. de
geschiedenis herhaalt zich niet. geen lijn
verbindt een tijdloos punt aan het vaste
van een dode blok gebeurtenis. een cirkel

is het ook al niet, wij zijn geen hondjes
happend naar het zwiepen van het hondje
voor ons, geen slang bijt zich in de staart.
elke afstand is illusie, sluier om ons heen:

ik beweeg mij weg van jou terwijl ik in jou
kom, dieper in de vortex van jouw zuchten.
jij bent al mijlenver van mij terwijl jouw tong
mij letters in de oren likt. gestold, de tijd verstilt.

wij horen, zien & voelen het zwarte
ruisen van haar zeilen. het reilen wordt dan
slinger & spiraal, een zee deint met ons mee.

moment (32)


cdbv99(voor ons)

dit lichaam dat jouw lichaam raakt is algeheel
gebrek aan toeval, onafwendbaar als eclips, wet
in elke constellatie. de tijd ontziet haar tel. ik
verlies mijn zicht op aarde, jouw maan is in

mijn stralen goudomrand. kraters verdwijnen,
vlekken slaan als duizend tongen om jou heen.
zon & maan omarmen stil het licht, de duisternis.
jouw vingers in de mijne verstrengelen de aarde

tot dat ene woord dat op eenieders lippen ligt.
wij zijn beschrijfenis, onleesbaar in de nevels
alleen de vogels hebben weet van ons bestaan
& hier & daar een kind dat alles in de ogen leest.

droef, wij dalen af naar het bestaande. het niets
verslikt zich hier, in dit moment. een vorm van
leven, zinsverbijstering, het licht is alomtrent.

cbdv 2015

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 182 andere volgers