verval (10)


Als de storm komt, Liefste,
& De storm zal weldra komen,
Sluit jouw deuren, ramen & jouw ogen.
Laat los wat niet van jou is,

Dat is alles wat je hebben wou.
Het leven is een zwoele zucht
Die eindigt in gereutel, gebrek
Aan tijd & ruimte, licht & lucht.

Het zwart is diep & trekt ons aan
Wij hebben nauwelijks  bestaan.
Niemand kan de wonde helen.

Verval is groei, begint bij de geboorte.
Alles haakt in alles, niets is eindeloos.
Voel mijn vingers die jouw lippen strelen.

verval (envoi)


V_semblantIk hou van u, gij dwaas, maar erg afstandelijk
Uw wereld maakt mij triest, noch boos of blij
Uw spel van schuld & loon blijft onveranderlijk
Het is als lucht & geld & lust, het hoort erbij.

Uw kommer & uw kwel, uw nijd, uw blije tranen,
Uw loempe daden & dan plots uw genialiteit:
Het brengt uw droom bijtijds tot bij ‘t gedane.
Ik streel in uw gelaat de groeven van de spijt.

Ik ken uw woeste drang naar hogere wetten
Hoe gij alles wilt & hier & nu tot zin verklaard,
Ik dacht dat ook bij ‘t kuisen der toiletten.

Ik hou van u, maar nee: ik leef niet in uw vreemde land.
Ik leef bij haar, haar wiegewei, haar zee, haar strand.
De muze heeft voor mij haar lieve lijf, haar lied bewaard.

verval (9)


RuistGijZwarteZeilenOns lied verdroogt tot woord, het wordt een tere schelp,
Ruwe letters, grillig, binnenin de schijn van paarlemoer,
Om het lillen van de code geeft de oceaan geen ene moer:
Wij liggen straks ook leeg, gebroken tussen alg & kelp.

Het ruisen van de zwarte zeilen heeft een doel bereikt:
Wij zijn niet meer dan stip, punt, korrel in de tijd.
De wereld heeft zich met ons zingen schandelijk verrijkt,
Onze parel is een diepe glans ten prooi aan haat & nijd.

De wet vervelt, vervalt tot wapen voor massale moord,
Harpoen die zich door ‘t leven van de weke lijven boort.
Het licht verschraalt, de kleuren worden mat & grijs.

Mijn hand grijpt al jouw haren samen in een dot.
Ik richt jouw lippen naar mijn mond, jouw lijf wordt zot.
Ik breek jouw open, duw & strand in jou, ons paradijs.

verval (8)


‘Ante mare et terras et quod tegit omnia caelum’
Ovidius, Metamorphosen I, 5

verval8

Chaos was het Al, geen Woord sprak iets tot leven,
Dag was nacht, nacht dag, zee land, land zee,
Mat, dof & grijs was alles één, & alles om het even
Verheven Niets, geen ding ging met de namen mee.

Aarde kleefde in het duister, geen zon was daar
Geen kring van maan, geen stipje ster was er te zien.
Elk begin was einde, alle wegen liepen door elkaar
Onbegaan de paden, niemand had ooit licht gezien.

Het duister lag in’t duister alles liep op niets te loop.
Toch was er Belofte, liefde vormde langzaam hoop:
De lijn ging uit van punt naar punt, eerst fragiel

De tijd werd cyclus, tel die van zichzelf beviel.
Het licht werd lichaam voor gebeurtenis, geluid
Brak uit, & sprak de namen zachtjes voor ons uit.

verval (7)


 ‘ Et moi je veux nager…’
Arno

wurmheadEr komt verlangen in de zee van mijn verlangen
Een draaikolk lust in het golven van de lust.
Jouw enkels maken enkels in het water aan het strand
Ik bruis, jij heft jouw kleedje hoog, het wordt toch nat.

Jij staat nog half aan land, maanlicht omrandt slaafs
Jouw naakte contouren, werpt een zachte schaduw
Op de schelpen, algen & het bekken van het zand.
Ik sleur jou dieper in mij mee, jij wordt ook zee.

Er komt een kern van liefde in mijn liefde vrij,
Jij spartelt blij, een stoute zeemeermin, & meer
Van ons dan louter vocht komt in de golven vrij.

Ik wrijf jouw naam in hoge, droge duinen uit,
& ‘s Morgens leest de zon de letters, het besluit:
Jij werd ook zee, & ik ook strand, ons Avondland.

verval (6)


voor de Quint, ‘n ouwe schoolmakker

bloemekens2

Ik heb een boom voor jou geplant, mijn Lief,
Zijn takken zullen hoger dan de piramiden reiken
Zijn stam grijpt dieper dan mijn graf. Een tak
Ervan omhelst jou, zoent jouw wolkenmond.

Ik heb de aarde naar jou zin gemaakt, de hemel
Blauw, de aarde bruin & geel & droog & groen.
Mijn zee likt zilt jouw wriemeltenen aan het strand
Mijn schrijvershand zit in de korrels van het zand.

Een deel van mij gaat nooit aan jou voorbij:
Ik ben de beek die naast jouw huisje kabbelt,
Ik ben de vlinder wiekend in jouw ochtendlucht.

Mijn naam is gruis, mijn adem lucht, ik zucht.
Ik leg het leven af & trek het dan weer aan:
Ik heb altijd als liefde diep in jou bestaan.

verval (5)


voor Bill

hush

Zal ik jou op deze zomerdag met mij vergelijken?
De dag is grijs & scherp, ik haak, verlang naar licht
Ik zie de ratten concorderend vreten aan de lijken
En alles glijdt van nu naar ‘t niets waarvoor ik zwicht.

Jij staat dan plots voor mij, je bloesje los, je straalt,
Ik voel hoe ik in jou & jij in mij de hemel zoekt, zo blij
& Ook al zijn wij hier op aard’ van ‘t al verdwaald,
Verval is wet, maar deze droom gaat nooit voorbij.

Het schone wil zich bij de dood van ons verschonen
Maar de sleutel daarvan heb ik diep in jou verstopt.
Ook al is de weg verdwenen, dit eeuwig lied blijft tonen
Hoe lijnen lopen in de Tijd, hoe niets ooit ergens stopt.

Zolang het vallen duurt & jij mij vallend ziet,
Zolang is dit ons nu & hier, & jij vergaat dan niet.

verval (4)


voor Alice Nahon

witzwartHet is goed om na het vrijen hoog de hemel
In te kijken: de zwaarte van het licht ligt daar.
De bomen aaien tevergeefs hun bovenlucht
Vogels kwetteren: wat een gebrek aan vlucht!

De wereld heeft zich in ons omgekeerd, ik
Werd jou, & jij werd mij & plots dat ogenblik:
Er kwam een eind, begin van ons bestaan,
De schoonheid heeft geen kleed meer aan.

Ik ben jouw zee, jij sleurt aan mij, een naakte maan
Mijn woeste golven bruisen wit jouw stranden aan
Ik spoel met wier & alg tot diep jouw duinen in.

Het is goed om na het vrijen d’oogjes toe te doen.
Bedek de lijfjes met de witte wolkenlakens.
De droefenis komt later, hou ‘t genot nog even bij.

verval (3)


burster zijn profielen, streepjes lijf in het licht
er zijn gedachten die geen woorden vinden
er is een toekomst zonder ons, de weg is vrij
de dagen korten, traagjes, onze zomer is voorbij.

ik zie marters in de straten, ratten in de val
van ratten, alles is tot alles opgeteld, niets
van waarde heeft nog onschuld, weerloos,
de keramieke glimlach van een beschreven kind.

ik draai mijn handen af en doe ze in de was,
ik geef mijn armen aan de armen, maak ze blij
er is een strook, ik zet mijn kleine streep erbij.

‘s ochtends, als mijn huid jouw huid herkent
& de zon zijn stralen door de plooien strooit,
trek ik je slipje uit, ik sterf, ik zucht & ik beken.

 

verval (2)


scheurlinnen_van_dromenzwerm, die sterren om mij heen & ik ben kern
van niets, mijn leegte is voluit heelal, adem
die geen longen vindt, weg op het einde
van de weg, roestende spaken van een wiel

wiens fiets elders gaan fietsen is, vuil
willoos waaiend in de wind op gore straten
herfstblad in de sneeuw, kroepoek op je tong.
ik ben de rafels van het pak dat ik eens had:

mijn woord is zoek, europa bloedt in mijn bed,
kermt in een latijn dat niemand nog begrijpt,
ik ben natuur die ik ter dood beschermen wil.

ik zie je hangen, zwetend in je zwarte kleedje.
ik haal de rits omlaag, je spartelt tegen, mot
dat zich herinnert haar cocon, haar licht, haar lot.

verval (1)


ScalarExpression_Grad_egy9snkr_egy9snmv_x1024_y1024ik hou van verval, het trage ontbinden,
de graduele neergang van orde in aarde,
water, slijm, het kleven van woorden
aan handen, ontdaan van hun zin, vuur

dat vreet aan het geheugen van werven,
ongedierte in de kelders der gebouwen,
barstend glas in de ramen, steenval, gruis,
vlekken gele roest in het blad van een boek.

ik wil de taal de toegang tot lyriek ontzeggen
ik beleef te erg het sterven van de zang tot stem:
er komt verrijzenis, ik rol de steen weg van het graf.

een vinger glijdt je mond uit, langs je hals, volgt
de holle glooiing  naar je navel, tikt je knieën weg,
links, rechts. legt je open voor mijn zilte davering.

vlam


contestical_millJouw lijf is vlam, jouw haren laaiend vuur
Jouw lippen zee waar ik verdrinken wil
Jouw ogen licht dat mij geselt & bestuurt
Jouw huid is rein, het maakt mij boos & stil.

Ik wil jouw wereld & meteen dit ogenblik
Ik wil geheel in jouw vergaan bestaan
Ik wil mijzelf nog zijn, maar enkel als ik lik
Of zoen, ik wil alleen als woord in jou bestaan.

De krullen van je haren krullen in mijn mond
Jouw woorden worden daden, vast ongezond.
Jouw handen strelen, ik word eenzaam, lont.

In de stilte, midden in het ruisen van de storm
Treed ik jou bij, je rilt & zweet, zo dicht bij mij
Je wordt zo tenger dan, je maakt mij blij & vrij.

klantvriendelijk bestand


val2De zon spat open in mijn beide ogen,
Ik zie het licht, het achterliggende, ik
Zie de wereld geheel bevrijd van mij:
Mijn drachmen zijn geen cent meer waard.

Ik geef mijn woorden onbetaald verlof,
Ik zet mijn daden in het spoor van uw gezag,
Ik schrijf voortaan slechts dwaze dingen
Ik zal u verblijden met uw argeloze lach.

Er is geen leed, negerkindjes verzuipen niet,
Er is geen klad in het groeien van elk blad
& Alle terroristen worden weldra opgepakt.

De wereld is weide, groots & festival
Ons land is heden als kliniek heringericht
Wij nemen graag uw sterven als betaling aan.

 

liedje voor ambrosia


800px-Ambrosia_acanthicarpa_12Ik zag haar lang, heel lang geleden plots
Voor mij staan: een wulpse hinde, jong,
Onaangedaan. Pretoogjes, wangen met kuiltjes,
Flarden jurk die speelden met de wind.

Er was geen tijd om aan te raken, er
Was geen plaats om bij elkaar te zijn.
Maar de tijd maakt krullen in de tijd
& Ik heb alsnog haar lieflijkheid gevonden.

Ambrozijntje, tierlantijntje, gooi
Je kleren op de grond. Ambrozijntje,
Florentijntje, maak de wereld heel & rond.

Ambrozijntje, rozerode egelantier:
Ik denk aan jou, het paradijs is nu & hier.
Verjaag mijn nacht, ik geef jou eindeloos plezier.

jurisdictie


plenairElke daad is ooit een woord geweest
Gevangen in verlangen naar de daad.
Elk woord is ooit een droom geweest,
Geofferd op het tipje van een tong.

Dit lijf is vele werelden, groots, heelal.
Zonlicht is mijn duister, nacht mijn vacht.
Ik hoor mijzelf niet toe, spreek mij uit in jou:
Er is geen weg terug, ik ben al hier, ik ben er al.

Elk woord is ooit een daad geweest,
Smekend naar verlossing in een woord.
Elke daad is ooit verwoord geweest,

Maar niets wordt in de taal teniet gedaan
& Alle vormen blijven eeuwig leven:
De liefde is een wet, nooit woord geweest.

weigering


klaprozenIk weiger hierbij uw schoonheid te beschrijven,
Ik wil uw lichaam niet in letters zien vergaan,
& Als ik mij dan toch verspreek wil ik u voelen
Ik wil het licht zijn dat ik slapend op uw tong vertaal

Tot cijfer, codewoord van dit bestaan, mus
Op de keer van uw akkers, eg in uw veld, zeis
Voor het hooi op uw land,  opdat jij braak
& Naakt weerom voor mij verschijnt, een blad

Papier dat ik niet vullen wil of kan, gelaat
Dat naast mij in de spiegel leeft & staat.
Ik wil u met geen woord of daad bevuilen.

Ik wil u rein, oneindig onvoldaan, vrouw,
In wiens plooien ik mijn pure liefde vouw:
Een wit & traag verzwijgen dat ik van u hou.

voor Roethke


hushhet open veld is weergaloos
de aarde raakt de aarde aan
alsof het aarde was, stof
van het bestaan. de zee

is zee alsof de zee bestond
maar niets daarvan is waar.
er staat een klaproos te wijken
van  zichzelf & ons verweer.

er waait een wind die liefde was
er is een zon die ons bescheen
het licht gaat trager door ons heen.

ik leef & tel de dagen af, een na een.
ik weet niet waar ik ben aanbeland:
ik zie het zand verlopen in mijn hand.

erotisch gedicht (gratis)


hihiDe aanvang van de stilte likt de stilte open
Met een zucht. De val van het duister
Spreidt de dijen van het licht dat leidt
Naar duister. De drang van het heden

Om verleden te zijn, nu & in de toekomst
Wordt onweerstaanbaar als ik jouw jurk oplicht.
Jij spreekt mij aan met open ogen, onvoldaan.
Ik delf naar goud in jou, reden van bestaan.

Mijn vingers vlechten met jouw vingers vlinders
Mijn armen drukken neer opdat jij stijgen zou,
Jouw strelen is dan plots een wonderlijk gebaar.

Ontsnapt aan de behoefte vinden wij elkaar,
Bevrijd van mededogen kom ik in jou klaar:
De stilte van de duisternis, het eeuwige is daar.

boek


File0038_Page_1

In de uitgeklaarde nacht van mijn bestaan
Strijk ik de zorgen weg als plooien,
Sporen van een slapend lichaam
In het zijdezachte wit van lakens.

Ik deel mijzelf uit als een spel,
Elkeen die ik ken, krijgt de kaarten
Voor de waarheid van hun eigen hel:
Winst, verlies, het boeit niet fel.

Ik hou mijn hemel hoog voor ogen,
Wit op wit, & nergens is er dat of dit:
Zo’n licht heeft niemand ooit belogen.

In de stilte die mijn taal vervolgt,
Is er nog sprake van woorden: het
Boek is weg, ik zie, verzwijg de spoken.

vergaan


solardoubles6

Goede, stille nacht, kom in mijn armen
Ik zie jouw schouders, naakt & frêle,
Jouw jurk is glad, zijde, & ik verglijd.
Goede, stille nacht, heb erbarmen

Geef mij nog de weerschijn van de maan
Geef mij wolken donker drijvend
In de kille lucht van jouw bestaan,
Kleedt mij met jouw dromen uit & aan.

Goede, stille nacht, ik wil in u bestaan
Ik zal voortaan de werelden bewegen
Ik doe alvast het licht maar aan.

Goede, stille nacht, ik ga in u vergaan.
Mijn duisternis is dieper dan uw zucht
Mijn zwijgen heeft geen nood aan lucht.

les silencieuses


Scan10447Jij bent verheldering & klaarte, pijn
Die in mijn oudheid naar de vreugde graaft.
Ik wankel als ik denk aan jou, mijn mond
Verkrampt naar zoenen,  ik word een zijn

Dat niemand wil & niemand nog behaagt.
Ik heb mijn vrede, donker, droef & stram,
Ik neem de dagen vol & dag na dag,
Maar die drang  maakt mij voos, arm & lam.

Ik zie mijn hand in gouden haar verdwalen
Ik zie het zonlicht in jouw ogen staan,
Ik ruik jouw huid vol hemelse geluiden.

Ik schrijf mij weg in mijn gedichten
Masturbatie van een wezenloos heelal,
Ik hoor de klokken van de stilte luiden.

een achterbergje


ThelastMovement

Het geheugen is een hoer & spreidt
Haar benen gewillig, je komt altijd klaar.
Ik speel petanque met mijn vader, ik
Win, zijn lach wordt schoon & waar.

Ik sta op zeven stranden, Normandië
Is mooi, ik heers, want ik ben altijd daar.
Het zand glijdt door mijn vingers,
Mijn hoest geeft bloed, ik ben niet kwaad.

Het strand van het verleden heet toekomst,
Weg naar het heden, weg van de tijd.
Ik duw mij af in uw genade, waarde

Die ik in niets dan u erken, verhaal
Van wat ik keer op keer in u herhaal:
Ik wil bij god niet weten wat ik heb gedaan

overgave


voor m.j.

tulp_049_7aJij bent paleis gebouwd met zonnestralen,
Ruimte die de vorm neemt van het ogenblik,
Sluier, tijd die in een jurk naar huid verglijdt:
Het naderen van nu is licht & weergaloos.

Jij bent de muren van het paradijs
Burcht in de stilte van de eeuwigheid,
Geborgenheid, berging van de duisternis.
Jouw handen kennen het falen, het spijt.

Jouw dochters hebben de gave van weelde,
Hun teveel is jouw aanwezigheid, een lach
Die hun gelaat met jouw schoonheid verblijdt.

Jij bent een bloem die in mijn wereld bloeit,
Ik raak jou aan, neen, niet, ik ben slechts zoen
Van wind, zee. Mijn streling is een overgave.

song for rwagasore


(in english, given my lack of kirundi)

rwagasore

Louis, Louis, where have you been
Of late? I see your picture every day:
There is within it no trace of hate.

Your markets burn, there’s turmoil
In your streets just because there’s
This guy who thinks he fit your shoes.

Louis, Louis, there is no bride
Beneath the tree at Bujumbura
Your people mourn & suffocate.

Louis, Louis, you were true mwabi
To your land, chosen president,
Rwagasore, but they shot you dead.

Louis, Louis, i humbly pray to thee
Please deliver us from misery
Give us back your pride & legacy.

Namur


voor t.k.

thenISawMyselfScattered

De wind had jouw naam, mijn
Adem was begeerte, lust
Naar eenvoud van bestaan.

Er was vergiffenis voor zonden,
Er was zoveel dat ik niet weten wou.
De kracht ontbreekt mij
Om de  schoonheid te beschrijven
Die tussen jou & mij ontstond.

De sterren waren in jouw ogen
Binnen handbereik, zee
Was hoe ik in jou strandde,
Land verraad van ons deinen
In de volmaaktheid van de eeuwigheid.

Ik werd stof in vele werelden
Mijn woorden werden daden,
Mijn lichaam dode ziel.

De wind had jouw naam, mijn
Liefde wordt beschreven
In de kraters van de maan.

materialisatie


voor m.g.

wegzeilen

In de stoel van mijn verlangen
In de zwaarte van mijn droom
Omarm ik al jouw dwaasheid & jouw zonden
Ik vlij mij neer bij jou, het nu, de pijn.

Ik ken de dagen niet, niet het dalen
Tot het diepe donker van jouw nacht
Ik zie het branden slechts der zon
Die ster bestaat ten volle als jij lacht.

Er is de stilte, kering in de storm
& De treurnis wordt dan regenboog
Elk ogenblik is licht, een nieuw begin.

Aan het leven totterdood verslaafd
Begrijp ik mijn hand pas in jouw hand
Ik word jouw streling, adem, zucht, & zin.

liederken


voor johan develder

DSC00500

Egied waar zijt gij henen
Ik smacht naar u, gezel van mij
Gij koos de dood & liet mij leven

Het was gezelschap, goed & fijn
Eén ervan moest gestorven zijn

Nu ben jij in jouw troon verheven
Klaarder dan mijn zonneschijn
Elke bloem is gift, jou gegeven

Egied waar zijt gij henen
Ik smacht naar u, gezel van mij
Gij koos de dood & liet mij leven

Nu bidt voor mij, ik moet nog even
In de wereld lijden aan de pijn
Bewaar de vrouwen die ik bemin

Dit lied moet ik nog zingen
Hoewel wij  lang gestorven zijn

Egied waar zijt gij henen
Ik smacht naar u, gezel van mij
Gij koos de dood & liet mij leven

verzoek


voor lexje

vurige tongen, ruigoord 2015

vurige tongen, ruigoord 2015

Ik wil tergend langzaam uit mij treden
Lege schelp, spiraal van mijn bestaan
Ik schenk jou taaie spieren, hart & huid
Mijn vingers worden wandeling, besluit.

De wereld wordt vannacht in ons vernietigd
Al het heil vergrijst in krullen van je haar
Het zonlicht heb ik in jouw mond geborgen:
Tong die woord werd, liefde, dan weer licht.

Ik wil mij van mij in jou ontdoen vandaag
& Jou als wulpse wolken tot regen bestrelen
Ik wil het land zijn waar je druppelt, lacht & valt.

Ik wil mijn taal in jou tot storm ontbinden
Tot kilte in het midden van de werveling
Ik wil de schoonheid zijn die diep in jou ontstaat.

VAL


DSC00503Onaantastbaar is het donker van mijn zinken,
Ongenaakbaar hoe mijn rotten zinkt in gronden,
Onhoudbaar is de groei die mijn vergaan er voedt:

Ik sijpel van begane grond naar diepe zee & breng
De teloorgang der dingen zilt als water, golven mee.
Mijn woord barst los, verparelt, voel mijn  vurig zand.

In mijn onderstroom bruisen de kernen van liefde
Mijn gedachten zijn slierten voor een rode zon.
Mijn hoop is zwermen vogels in de avondlucht.

Mijn haat blaast zwarte wolken naar een barre kust
Mijn vriendschap keert zich om, verhardt tot lust.
In de blakend bleke kadavers der dieren herken

Ik mij & neem ik vrede met de tederheid, het zachte
Wiegen der gladiolen in de onkuise lentewind,
Bomen die de hemel blad & tak & lucht aanreiken,

Hoe gans de aarde met haar zeeën woelt & bidt
Tot het vàn haar, immer sneller, vliedende heelal.
Ongenaakbaar is mijn zinken, de vrijheid van mijn val.

atol


270989Ik zeg de dingen zakelijk vaarwel, er
Is een dood in mij die mij verlaten wil.
Banden verdwijnen, ankers vergaan:
Ik word door haar uiteindelijk bevrijd.

Ik ben atol, mijn aders zijn koralen
Ik ben een wegen op het wiegen
Van de immer zilte zee, vonk
In het brullende branden der zon.

Ik spreek uw dag niet langer aan,
Ik meng mijn daden in mijn woord.
Ik wil uw zang niet zijn, het is geen zingen.

Ik zie het naken van de nacht, verlaten
Door de angst, de gramschap der graven:
In een kille bries word ik tot niets ontdaan..

amerikaan


distractio2de bevrijding was een goede zaak
ik lag te rotten in mijn slaap
terwijl er duitsers in mij kropen
& de buren waren belg & kwaad

nu de talen komen samen
geen woord houdt toon noch stand
de letters slonzig breken open
moedwil heerst, & misverstand

ik kan mijzelf verkopen
aan eender wie die mij nog wil
chinees of pool, rus of arabier
betaal mij nu, mijn lijf is hier

mijn stijve hand begrijpt het
iedereen is vrij & klant
ik tel mijzelf tot mij voortaan
ik lees de zin van mijn bestaan

death is not that bad


(gevonden in Euthanasiel, het internationale tijdschrift  van
Euthanasiekliniek Vlaanderen,
een instituut opgericht
met steun van
de Europese Gemeenschap)

death by starvation
is slow & tender:
the gradual weakening
of your bodily functions
softens your resistance
& takes away your pain
enables you finally
to  think clearly
& when your thoughts
come to their conclusion
your brain lets go
of everything.

death is not that bad
a distant fear that you
once had

death by disease
can be annoying
when you’re not
among the happy few –
strung on morphine
death can be much fun
– but when the nurse
has left the building
you need to get inside
the pain:
there is delight deep
inside the core
of suffering just
like there is more light
within the darkness
that will come.

death is not that bad
it’s just a thing that you
just had

death by strangling
is a pearl of joy
the lack of oxigen
will make your body
quiver, quake &
you will come &
you will shit &
urinate: all your love
will be released
into the emptyness
of your beloved
universe.

death is not that bad
it’s just a wish that you
once had

death by drowning
is quite exquisite
it’s our number one
for folk without hope
you get to swim a lot
amongst your equals
& then the cold
makes you feel
truly old & ready
for the journey

death is not that bad
it’s just the life  you
never had

death by bullet
or accident is sudden
it’s like waking from
a dream into the moment
of a sound before
it’s there
your heart may still
be pumping in despair
but that’s just
another metaphor:
there’s no one there

death is not that bad
it’s just a way of life
that says:

you’re there.

aan de lezer


nkdeE4

DAPHNE, mijn tombe, dit, mijn val in haar
Die duren zal tot ook dit woord vergaat.
Venus niet, de ster waar ik naar staar,
Niet de boog, strak van liefde naar de haat:
Het zijn de doden die ik hier verlaat.
Lees de fouten in mijn epigrammen,
Lust deed mij ze schrijven, dit is mijn daad:
Liefde weerstaat de hel van haar vlammen.

HET LEED NIET BELIJDEN

 

DAPHNE (werktitel) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd). Dit is mijn update van Scève’s achtregelige opdracht ‘A SA DELIE':

A sa Délie

Non de Vénus les ardents étincelles,
Et moins les traits desquels Cupido tire,
Mais bien les morts qu’en moi tu renovelles
Je t’ai voulu en cet Oeuvre décrire.
Je sais assez que tu y pourras lire
Mainte erreur, même en si durs Epigrammes :
Amour, pourtant, les me voyant écrire
En ta faveur, les passa par ses flammes.

SOUFFRIR NON SOUFFRIR

muze


voor a.c.

lampenkruis

Haar woord is stilte, louter visueel
Ik hoor haar met de snelheid van het licht.
Ik zie haar in de klank van het geheel
Mijn vingers typen, zij is het gedicht.
Van tijd bevrijd maakt zij mij speels & licht.
Als ik haar voel, omstreel ik haar kleuren,
Ik schrijf haar neer in bloesemgeuren.
Ik ben haar zijn, zintuiglijk één met haar.
Zij, mijn muze: spil van mijn gebeuren.
Mijn vers is gift, haar liefde dit gebaar.

DAPHNE (werktitel) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)

ontkenning


boomaria

Ik ben ontkenning van mijn geschriften
Mijn woord is wet, krast door het perkament
Het blad is vlies, kleed om op te liften
Ik schrijf dit niet, ik ben niet permanent
Mijn lijf is heet, dat is mijn testament.
Lyriek is niet wat er geschreven staat
Lyriek is vrij, nu & hier waar het vergaat
Ik wil jou niet, maar jouw hijgen, de jacht
Op het schone, hoe jij in mij ontstaat.
Mijn woord is dood, lyriek is als je lacht.

DAPHNE (werktitel) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)

initiatie


reva_vleugel

Ik schenk jou mijn verlangen, dit heelal,
De  sluier der stelsels vliedend van nu:
Mijn woord, dit hier, het was er altijd al.
De tijd is daarvan teken, residu:
De eeuwigheid is nu, niet continu.
Omarm mijn waarheid als warmte, gebeuren:
Mijn liefde is dans, zweet, zang & geuren.
Ik geef jou mijn wereld, tedere bries
Die je toekomt, het trillen van kleuren,
Orkaan van lust omdat ik jou verkies.

DAPHNE (werktitel) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)

aubade


voor s.h.

ophelia_inoculata

De volte van mijn eenvoud keert in jou,
Het licht verschuift, mijn stralen daagt je uit:
Verblind, jouw tranen parelen als dauw
& Schaduw glijdt als strelen van jouw huid
Het git wordt wit, & kleuren breken uit.
Mijn woord is weelde op je lippen, zucht
Mijn hand het woelen, witte wolkenlucht.
Jouw lichaam wentelt zich in lust, in mij
Jouw zang komt los, haar schoonheid is berucht
Diep spreek ik mij uit in jou, & jij bent vrij.

DAPHNE (werktitel) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)

middenlands


Gevleugelde woorden:
Engelen des doods,
Bevroren gestalten.
Verdroogde drek
In de hoek van een loods.

Drijvende lijken
Zwart, tot het paarse
gezwollen. Kots
Op de baren, slijm
In de zee. Gebaren

Vol hoop gevangen
In het deinen, dal
In het deinen van zee.

Bloed in containers
Mist aan de kust, hand
Die niemand nog kust.

Verzachte bezwaren:
Niets is nog waar,
Maar alles is echt.

Galathea (English version)


Years ago, when the New Cathedral of erotic Misery was mere scaffolding, and i did not really know what i was doing, but it felt good, so i kept on doing it, i had the privilege of conversing with one of America’s foremost intellectuals. The brilliant mind of Alan Sondheim noticed my doings and welcomed me to the Writing-L community, a fact for which i am in his dept and grateful forever. I’ve learned so much from all the people there. Alan apparently enjoyed my work, but he kept wondering, a bit annoyed, why it had to be a damn Cathedral, of all things. My answer then was childishly evasive. I basically and bluntly told him to go ask Schwitters why his Cathedral was eine Kathedrale. The following poem that i wrote this morning comes closer to an honest answer. It is badly rendered in English, and i don’t know if he’ll like it, but still i want to share with you, in his honor. Thank you for the works, Alan!

Oh yes, the title refers to this famous old Dutch song: http://www.liederenbank.nl/canon_top11.php?zoek=176

GALATHEA

I have the beauty in my sight
From when the Occident began in us.
There was no limit to desire
The muse was inside all of us & sang.

We stood beside each other, child after child.
We made our dreams to deeds & deeds were word.
We were g*d, & loved by g*d.
We murdered each & every dream in us.

Europe is a musty cradle, sterile
Blue screen where no one sees no one.
Lampedusa is the wound at our heel
We sink into the slime of this, our area.

I have the writings in my head:
Saints, heretics & a dead philosopher.
I see cathedrals rising
In the swamps of my faith.

Come here, my darling
I will caress your thighs
Stroke your golden strands of hair

And in the morning when the day arrives
All of this land will be on fire.

Galathea


cMother

Ik heb de schoonheid voor mijn ogen
Van toen het Avondland in ons begon.
Er was geen grens aan ons verlangen,
De muze was in elk van ons & zong.

Wij stonden naast elkaar, kind na kind.
Wij maakten dromen daad & daad werd woord.
Wij waren g*d, door g*d bemind.
Wij hebben in ons elke droom vermoord.

Europa is een mufte bakermat, steriel
Blauw scherm waar niemand niemand ziet.
Lampedusa is de wond aan onze hiel:
Wij zinken in de slijm van het gebied.

Ik heb geschriften in mijn hoofd:
Heiligen, ketters & een dode filosoof.
Ik zie de kathedraal nog rijzen
Uit het moeras van mijn geloof.

Kom hier, mijn lief
Ik zal jouw dijen strelen
Jouw gouden lokken aaien.

& ‘s Ochtends als de dag dan komt,
Staat heel dit land in lichterlaaie.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 172 andere volgers