moment (98)


cbdv158(voor cb)

engeltje, angeltje, lief van mijn lijf, steekwesp
in het volle duister van mijn nacht, streling
van duimen & voeten, laatsteling  van mij,
afronding van mijn miserabel heelal, ik

die niets heb gedaan. diefstal, ja, van liefde.
vergeef mij de eenzaamheid der gedachten.
je hebt mij duidelijk gemaakt dat ik
niets waard ben. soit. het wit op een blad

vraagt om beschreven te worden. dan maar
zonder mij. ik word vlinder in jouw buik,
rups op je armen, rode verf op je penseel,
zucht in je mond, de uitademing van een wereld

die niet de onze is maar ons omwentelt
je veux et je viens entre tes reins. elke
nacht. de nachten zijn heerlijk afgrijselijk.

moment (97)


cbdv157(voor cb)

pimpel pimpel pimpelmezemeis, hoe
kon ik jou verliezen? qu’est que c’ est
que ça, mijn snoezepoefelwoef? in het
vèrnis der dagen kijk ik uit naar jou.

de eeuwen volgen wel, minuten ook,
& elke seconde dat ik jou als deel
van mij tot in mijn kloppende aders
mis. jij bent het beste dichterssletje

ooit, vergeten kan ik jou nooit. wat
ben ik nog zonder jou & jouw afvallige?
ik weet dat weldra wij elkaar gaan
wederzien, hoezeer ook jij dat ontkent.

je veux te frotter, mijn liefste, teder
als een vlindervleugel die vanavond
sterven moet. kers. touf de fouf. slaap.

 

 

moment (96)


cbdv156(voor cb)

mijn treuren is een wrede god die zomaar
over mij beslist. hij verandert lachend licht in
droeve duisternis, hij geeft mij ‘s ochtends
heel de blijdschap van jouw wonderlijk bestaan

om het dan in mijn gemis weer stuk te slaan.
mijn treuren is een duivel die mij voedt
met liters drank & jouw schoonheid die verblindt.
mijn huis is gans bekleed met parels, tranen,

uitgestold verlangen, tijd waarin ik jou niet vind.
ik zie de bloemen, vogels & de vreugde alomtrent,
terwijl mijn lijf zo leeg is & mijn stem slechts kermt.
mijn treuren is een deken in het bed waar jij niet bent.

ik moet nog dagen wachten, dat hebben god & duivel
mij vannacht in deze hel verteld. dwaze woorden.
de dag bestaat niet dat ik mijn liefde, jou ontken.

moment (95)


cbdv155(voor cb)

ik ben alleen. alleen voor jou. waarom
dat weet ik niet. de vogels spellen mij
jouw naam, ik zie  bloemen wiegend
liedjes voor jou zingen, zomaar, zonder

mijn gezag. misschien kijk ik wel weg
van mij, van jouw satijnen huid die
mij met erbarmen bekleedde, lippen
die mijn lippen zoenden. zie ik mij niet?

ik verga in jou. stilstand van de tijd.
herinnering is geen belofte. beloven
doe ik dit: niemand kan jou raken,
heel de lucht zit engelachtig dicht.

kastelen zal ik voor jou bouwen, kerken,
hier en daar een sloens gehucht. ik schenk jou
nu alvast mijn kathedraal, omdat ik van je hou.

moment (94)


cbdv154(voor cb)

ik heb gedroomd dat wij vlogen, onze schouders
in elkaar vergroeid tot monsterlijke vleugels.
spier op spier voelden wij elkaar, vel op vel.
onder ons verschroeide de aarde, mensen

werden lucifers. nu droom ik dat wij vliegen
vrij van al het kwaad. geef mij de ruimte
om je lief te hebben, toon jezelf, tot wat
ben jij in staat? ik kan de hemel openrukken

voor jou, tot je de koude ziet van het heelal.
er ligt een steentje in mijn hand dat alles zegt.
ik wil niet dat jij ziet wat ik zie, zo’n vloek
brengt enkel ergernis, ongeduld & misverstand.

ik heb jou zo lief, mijn lief, dat ik met mijzelf
jou niet raken wil. alleen de droom van jou
& mij is te mooi, hoe wij vliegen, wat wij zijn.

moment (93)


cbdv153(voor cb)

is het niet beter dat ik sterf voor jou? dan
ben je ook van al dit gemis verlost? het
lijden aan overlijden, hemel die er maar
niet meer, niet komt? ik heb genoeg gezien

van het gestrompel in de gangen van het niets,
ik ken het opgefrompelde fatsoen, de glimlach
naar nu terwijl er nu geen nu meer is. hoe wij
waren, besluiteloos in de zwarte cel van de tijd.

ik wil mijn leven in jouw handen geven, rillend
van angst omdat ik sterven moet, maar is het
niet beter dat ik dat ongezien doe, opdat jij jij blijft?
ik heb jou altijd alles willen geven. dit is blote rest.

rust vind ik hier niet meer, ik denk teveel aan jou.
word elke  dag wakker met een plukkehare hoofd
op mijn schouder, dat er niet meer is. dank je.

 

 

moment (92)


cbdv152(voor cb)

in het spel van licht & donker krijgt
het zwart altijd de bovenhand. niets
daarvan is triest, alles is in niets & niets vervat.
elk moment is diefstal, streling van het oog.

van liefde natte vinger zachtjes op de iris,
wimpers die je amper raakt tot alles strandt
in een vergeefs betoog. beuken tot je komt,
terwijl ik jou slechts omarmen wou met ons.

ik wil mijn huid bedekken met het zoenen
waarvan ik droom, bleek laken waar ik
onder slaap, bevlekt met jouw verlangen.
laat ons de wereld nog eenmaal tonen

wie de wereld is. dat waren wij. mijn handen
zijn getuigenis. beweging herhaalt beweging.
elke lijn daarin is vol vergiffenis. wij zijn is.

moment (91)


cdbv151(voor cb)

het is maandag & de maan is weg
het is dinsdag & de dag is weg, weer
woensdag zonder zoen. zon streelt mij,
geeft mij les in sterven, shine on you

pretty thing. ik heb het wrede in handen,
de kruimels liefde liggen aan mijn voeten.
ik durf niet meer bewegen, niets heeft nog
een schaduw van jouw schittering, spiegel

die brak in de ernst waarmee wij wij waren.
de lucht snijdt, ik heb geen bodem meer.
ik word stilaan verschoppeling, rijker
dan ik ooit geweest was, ik voel jouw huid.

hoe ik verglijd, vergleed in jou, vergeet
dat ik besta, vergat, de tijd is een illusie.
mijn leven is doods, herinnering aan jou.

 

moment (90)


cbdv150(voor cb)

ik treur niet omdat ik treuren moet, ik treur
omdat ik niet anders kan. je hebt mij verlaten
in de volte van je belofte, bruut & schuw
van het verlangen dat wij samen kenden.

de reden was correct, de oorzaak niet. doe
mij dood, zet mij het mes op de keel, alles
is beter dan dit verdict. ik kan niets zonder
jou, ik stamel & ik strompel, waardeloos

in de albert heyn van het heden. de draad
van jouw naar mij is slingerende klimop
met knopjes bloemen op, geel & wit
de schoonheid die wij waren is ongezien.

probeer het lied te zien, de kartels om wolken,
het fijne streepje inkt dat ik jou bijbracht, ik
wil dat het je goed gaat, maar zo, zo gaat het niet

moment(89)


sbdv149(voor cb)

de stilte valt zoals een stilte vallen kan,
droog, een straaltje water in het zand.
de adem is niet uitverteld:  des nachts
ril ik omdat ik mij hoor ademen, heb

geen recht meer op die lucht. schuldig
ben ik niet, maar alle schuld is wel mijn
deel. had ik maar, mijn hand in haar,
de tederheid kunnen mededelen, liefde

die hier nu vergiffenis vraagt, onmacht
die zich aan een touwtje hecht, een steen.
ik nijp mijn kont toe voor de dood die
komen gaat, ik heb dit niet verdiend.

alles wat ik zie van ons is schittering,
oogverblindend zonlicht & verstrengeling,
de eeuwigheid vergeefs gevonden in elkaar.

moment (88)


cbdv148(voor cb)

de wereld is een tekstverband waaronder
liefde woekert. open wonde, ongezien, mis,
fout & slopend stout. het regent. ik heb jou
niet gezien, je had de kap op van een ander.

de wereld is een code die ik niet lezen kan,
ik slaag er niet in, geheel onbekwaam, als
mijn schoonheid niet duren kan, laat ze
vergaan, ik zal u de data laten geworden.

vergeefs, in mijn donker hol treur ik om
jou, ik voel je lichaam als het mijne, rein,
bevrijd van kwade wil, alleen de wens
om naakt, belangeloos bij u te zijn. ik

heb u lief, mijn lief, er is zoveel dat ik
je nog zeggen wou, de vlucht van vogels,
de stilstand van een bloem, & jij. jij.

moment (87)


cbdv147(voor cb)

wat voorbij is krast mij in de ogen als
ik omkijk. ik dacht daar een eendere
schoonheid te vinden, die er niet meer is.
de dood is prozaïsch & banaal & kil.

niets van wat ik denk (het regent) houdt
steek. ik kom steeds op hetzelfde punt
terecht in de spiraal. daar sta ik dan te
treuren, boekje bevend in de hand. stil

bij het tikken van de scheve klok, dronken
strompelend van a naar z. ik haat mijzelf
bij het zingen van de vogels, het razen der
dure automobielen, neerwaarts. niets

voelen is heerlijk, een zwart zweven waarin
al onze kleuren zijn vervat, de uitwaai van
gevoelens, zachte vlindervleugels om mij heen.

moment (86)


cross_inv

moment (85)


cross

moment (84)


vooruitgang(voor cb)

het (de stekels verleden krassen hem de ogen
kijkt hij om & verschrikt dacht hij het schone
nog te zien kijkt hij weerom het zwart in & het
melodieuze zuigen van de afgrond blow job

van de dood. in spiralen zijn rottende denken
houdt halt bij eender punt op de doorsnede
falen het grijpen van de ten dode naar begrip
kale plekken in de bonte zwerm van zijn droom

tik zoekt de tak van de klok maakt de intro met
dalende polluenten. koffie zoekende de koelkast
zet in haar spacey beat & toch ook daar zijn
roekoe & krijskraai & suskewiet. weent) regent.

schreeuwen zal ik bij het onthaal kopstoot
vuisten links & rechts voor man & hond 3
x de lethe in tot ik ginds voor jou versteen.

 

 

moment (83)


cbdv132(voor cb)

het gieren van de wind (de wind giert)
het razen van de wind (de wind raast)
het gillen van de wind (de wind gilt)
het woeste van de wind  (de woeste wind)

het beuken van de golven (de golf beukt)
het kabbelen der golfjes (de golf kabbelt)
het schone schip verleden (de golf beukt)
zalm spartelt naar de zee (de golf beukt)

de zee stoot diep het land in  (het land wijkt)
de klok galmt in de dorpen (het land wijkt)
straks lacht het natte land (het land blijft)
met de kusjes van de wind (de golf beukt)

ik maak mist op jouw zompige land, tranen
sissend in mijn vuur. jij zegt haastig dag &
trekt de nacht in. ik blijf staan. ik kom terug

 

moment (82)


cbdv145(voor cb)

ik heb gedroomd vannacht dat zij de trap kwam
opgeslopen & mijn kamer binnenkwam. haar
kleren lagen in luttele seconden op de vloer. zij
vleidde zich tegen mij aan, streelde mijn borst,

ik draaide mij om & lippen vonden lippen, tong
vond tong. ik streek haar nat & open, zij greep
mij stevig beet, ik gleed in haar, even later kwam
zij klaar. dat was dan de studieronde. eng is het

als je dromen louter de herinnering verbeelden,
niets meer dan dat. gevangen in de grot van plato:
droom, herinnering zijn schijnsel, & onbereikbaar
ver, zweeft het idee ervan, het feit, verloren in de

tijd. ik wil ontsnappen, nieuwe feiten, dromen
van de toekomst die dan ‘s ochtends blijken
uit te komen, zij die op de sofa bij mij ligt.

moment (81)


cb1(voor cb, op haar verjaardag)

elke zonnestraal is als een lach van haar.
de rode gloed in de hemel bij zonsopgang
is de weerschijn van de warmte in haar
hart. als ze weggaat is de eclips totaal.

de schoonste bloem is vol ontzag voor haar.
zij buigen zich, of gillen pluk mij, pluk mij!
maar zij, zij plukt zich achteloos een haar.
als ze gaat verwelken zelfs de paardenbloemen.

elke vogel zingt zijn eigen zang, maar
als zij wandelt door hun bos wordt alles
één groot koor, bejubeld wordt haar naam.
als ze gaat, wordt het heel erg stil in ‘t bos.

er is een dichter die haar dieper kent,
die mocht proeven van haar paradijs.
nu ze weg is, wacht elk vers op haar.

moment (80)


cbdv144(voor cb)

wij zijn god, & zijn geboden. wij liggen
naakt op het strand van de zee die wij
zijn. wij liggen daar in elkaar te geloven
& de zee golft zachtjes met ons vrijen mee.

er komt een storm, wij vluchten weg
van de zee die wij zijn, landinwaarts.
de eerste huizen scheiden ons tot ik
& jij. ik trek een deur toe achter mij,

maar waar ben jij? De meeuwen krijsen
wei wei wei. het ene wordt gespleten in
de vreugde van geluk & ik, wanhopig
zoekend naar een weg terug in de tijd.

een nacht lang beuken woest onze golven
maar tijd is een illusie. wij zijn god
& de zon lokt ons weer naar het strand.

 

moment (79)


cbdv143(voor cb)

mijn wanhoop is weg. weg naar de hel
van de hoop. beiden zijn misschien de weg
naar een toekomst zonder hoop. bomen
wiegen hoog hun toppen in de lucht.

zinloos wiegen zonder zucht. henri je
t’ aime proet proet. pipelife 40×1.8-pvc
afvoerbuis. kiki je t’aime interieurement.
woordloos vogels zingen liefde in de bomen.

henri fait pipi et kaka avec moi. liefde
is de weg wég van de hoop. fouf fouf.
j’ aime le chocolat noisette. wolken drijven
over. hun huid is zon, het hart is regen.

als ik klaarkwam werd het licht een zwart
met duizend sterren in & jouw zuchten
aaiden mijn hoofd alsof liefde echt bestond.

moment (78)


cbdv142(voor cb)

in mijn rouw, een huis bezaaid met lijken
vliegen vormen vormen die lijken op jou.
verdwaasd, verdwaald & suf & dronken
ben ik, er is geen tijd meer voor mijn zijn.

in mijn rouw sta ik te slapen als een paard,
mijn lijf dampt nevel, de aarde en ik
zijn één, ik ben verworden tot een steen.
bewegen hoeft niet meer, overal is nergens.

in mijn rouw komt er zee uit mijn ogen,
mijn handen trillen, ik lig in bed te rillen.
ik ben een kind van vier & mama, nee
die is niet hier. grauw & kil is mijn rouw.

in mijn droom zie ik een schicht van licht die
al het zwart tot klaarte openvouwt: jij
die
naast mij ligt. ik word wakker in mijn rouw

moment (77)


“May I kiss you then? On this miserable paper?
I might as well open the window and kiss the night air.”
Franz Kafka

cbdv141(voor cb)

het is april & plots is daar een welhaast
zomerse dag. ik hou van jou & jij van mij.
mag ik je kussen dan? in dit miserabel
tekstbestand? ik kan beter het briesje

buiten een tongzoen geven, een boom
omarmen, de aarde van de moestuin
met twee vingers penetreren. wanhoop
is mijn deel. ik herinner mij de echte

zomer, toen eenzelfde geest onze lijven
tot volmaakte eenheid bracht, pracht
die ik nooit eerder mocht beleven. snak
jij niet meer naar hetzelfde dan? onmacht

beheerst de wereld, duizenden tentakels
van eenzelfde monster. wij zijn ontsnapt
daaraan & waren glorieus & schoon & één.

moment (76)


cbdv140(voor cb)

wij zijn getekend naar het leven, voor
& door elkaar. onze monden monden uit
als slingerende meanders in elkander. een
hand van mij vindt blindelings jouw hand

lip op lip, tongen slingeren, verslingerd
als we zijn, verstrengeld in elkaar. ik
verga in u, sneeuw voor de zon. lente
is langzaam, net zoals wij waren. koud

met heel de zomer in ons lijf, verkild
maar elk einde is een nieuw begin. stil
zoals de daad vergaat in enge dromen
de dodelijke angst dat niets nog komen zal.

maar liefsteling, de wereld is heelal voor ons
de vogels ‘s morgens zingen mij uw naam
lucht omarmt de eeuwigheid van ons bestaan

moment (75)


cbdv138(voor cb)

in de weerwil van het onverschil blijft
onverschilligheid bestaan. in de schijn
van vals genot blijft er genieten over.
dingen die je doet, niet doet, alvast

mijn oordeel is dat iets er niets toe doet,
hoeveel je ook om iemand geeft, niets
komt ooit terecht. wanhoop heeft zichzelf
als instructie aangericht? regelrechte wet.

ik dans met mij. ik kus mijzelf, ruk mijzelf
de wereld uit. ik schaam mij niet, want
ik heb niks misdaan. liefhebben wel maar
is dat een kwaad? de dagen vertragen.

als jij mij hoort, liefste, doe dan een gebaar
een pink is voldoende, hele vingers hoef ik niet.
wij zij sowieso geamputeerd. streling. troost.

moment (74)


cbdv137(voor cb)

mijn ogen zijn de wereld & de zee zit  in mijn ogen,
golf op golf, mijn lichaam zinkt in het verdriet
de tranen in mijn ogen zijn de noten van jouw lied
ik wil niets meer ontkennen, het is ook evident.

wat ik van jou gekregen heb is pracht & praal
streling rond de streling van verstrengeling
omarming van de armen rondom ons & ons
bloemen die elkaar in bloei ontloken deden

wat rest is rust, een onvergeeflijke vrede
de verschrikking van geheel de rede
last post voor heel het menselijk bestand,
daadwerkelijkheid met dood omschreven.

ik voel het golven van het water in de golf
ik hoor het zingen, de liefde in jouw stem
ik voel de warmte, wil jou terug zoals ik ben.

moment (73)


cbdv136(voor cb)

mijn handen wrijven in de handen
die de jouwe zijn, mijn benen doen
vergeefs een kronkeling naar jou
de leegte in het bed is laag, gemeen

alles lijkt op niets, maar niets is alles,
het gebrek aan jou doet mij teniet
verdriet dat langzaam kantelt naar
verlangen, verlangen naar verdriet

geschommel & een beetje beven, bang
omdat de dag mij genadeloos verniet
de zon gooit glorieuze tranen in mijn ogen
het magnifieke druipen van dit heelal

de draad die ons verbond, verbindt is dun
rag dat om ons is geweven, spijt om spijt
die ons omgeeft, wereld die ons omringt

moment (72)


cbdv135(voor cb)

in het holst van de nacht is het zwart
soms zacht, het streelt je met penselen,
aait je slapen, steelt gedachten, vormt
ze om tot pracht, de dromen van weleer

bij het zonlicht kan ik niet anders dan
neerbuigend knikken, ik die ik niet ben
de dracht van anderen in mijn pijn, zijn
dat de behoefte mist aan zijn, leed

dat overal al is beleefd, kracht die allen
kennen, leven dat zichzelf heeft overleefd.
in het holst van de nacht wordt alles zwart
& elke ochtend heeft diezelfde pracht:

hoe ik jou mis, hoe erg het telkens is,
waarheid die niet meer waar wil zijn,
schoonheid die zich in mij ontkent

moment (71)


cdbv134(voor cb)

 

in het trieste van de treurnis is er geen verhaal
in het dal is er slechts dalen, dieper, dieper, diepst
geen  woorden helpen nog, elke klank is open wonde
elk geluid herhaalt de pijn die door jou snijdtX

in het drieste van de droefenis is verlossing
in de woede, kwaad dat jou is aangedaan
ligt een zachte laag vol wol & heerlijkheid
wentel, wentel liefje draai je om in mij

kom mee met mij naar zee, zie het gloren
van de zon op de golven, de schittering
het klateren van elkaar op elkaar. ster
die dan geboren wordt, zon voor onze

liefde voor elkaar. kus op kus, vingers
die elkaar vinden. het licht is oogverblindend
zoen die in het zoenen zonlicht vindt.

moment (70)


cbdv133(voor cb)

ik schep een paradijs voor jou, geen appels
in de buurt, geen zonde & geen kwalijkheid.
het warme briesje dat je voelt is mijn zoenen,
verloren in de luchtstroom der vergetelheid.

ik weet dat dit slechts woorden zijn, taal
volhardend in de onmacht van de taal. ik
schrijf maar wat ik schrijven moet, mijn
handen onmachtig om iets meer te doen.

het treuren om jou is mij vergaan. ik zie
in de volle duisternis van mijn bestaan
het ranke rijzen van jouw lieflijkheid.
zolang ik zonder moet zal ik staketsel zijn.

mijn wachten is van alle tijden, ooit
breekt ons moment weer aan. & dan,
liefsteling, neem ik jou mee, helemaal.

moment (69)


cbdv132(voor cb)

ik mag misschien verslagen zijn, triest
op het einde van een weg die ik niet koos
ik mag gebroken zijn, alles stuk & weg
ik zie het zwart, alles wat ik naast mij leg.

ik heb mij nooit vergist dus nu ook niet
de kraaien beantwoorden mijn huilen
de bomen krommen gelaten hun ruggen,
de lente komt & ik moet wachten, zon

die met haar stralen in de buidels tast.
het doorzicht is ellendig, diafaan, wit
de stilte is moordend, gebrek aan stem
de ijzerharde leegte van het bestaan.

ik weet dat jij mij bent, jij voelt de glans
& gloed die ik voor u ben zoals ik u  voel.
wij zijn elkaar waard. gebruik mij maar.

moment (68)


cbdv131(voor cb)

de dag is eindeloos, de zon staart mij aan.
ik weet niet wat ik doen moet, alles al gedaan
ik wil de zwarte nacht in van de dood
ik zie voor mij perfect het leven, alle

schoonheid,, de parels zweet op de huid
het beven van de ledematen, alle pracht
die wij in stilstand dwingen wouden
hoe wonderschoon gij zijt. radeloos

verlies ik mijzelf in mijzelf, hulpeloos
verlies ik alle kracht. ik moet erkennen
dat gij mijn einde zijt, geen redding
is nabij. de wereld eindigt op een do

voor mij, orgelpunt dat altijd daar was
wachtende op mij.kom terug, geef mij
nog een briesje melodie van onze zang.

moment (67)


cdbv130(voor cb)

het einde is des doods, zo eindeloos.
armen wapperen verlangen in de wind,
benen omstrengelen de leegte, misbaar
in een bed dat beter heeft gekend. klaar

de dag is daar. sla de handen tot bloedende
klompen van de pianist, neem de stem
van het zingen weg, schiet op de fazanten
stap in, stap uit, stap in het carrousel

er is het rode in de ochtend van het gloren
er is de zee die zegt wat wij hebben verloren
er is een maan die wijst naar ons bestaan
ontoelaatbaar is de schoonheid, oogverblindend.

ik voel jouw lichaam, geheel terzijde
alles trilt & tinkelt, het is een paradijs
ik zwijg. ik zwicht. er is een illusie.

moment (66)


acb(voor cb)

volkomenheid, verschijning van perfectie
draad die daden aan elkander rijgt:
alsof ik er niet ben, uitgehold, ben ik er
een tere  schelp van ons bestaan. schuldig

aan verwonding, scheef in elke baan
mijn handen zijn tentakels, mijn mond
is open wonde. de wereld schuift van
grijs naar zwart, een hebberig gebeuren.

de gordijnen doen mij toe. de deuren
sluiten. alsof er niets was, ooit, is er
niets, nu. ik staar de leegte in, leeg,
straf omdat ik van jou houden wou.

de kracht ontbreekt mij. spieren
trillen. alles is voorbij. ongenaakbaar
ben ik in jouw dromen & jij bij mij

 

moment (epiloog)


Scan10834(voor cb)

de wereld plooit haar plooien toe & dicht
zichzelf de wereld toe, die nergens is. licht
valt uit de kieren, maar geen vergiffenis:
overal het kille heersen van de kilte van het  heersen.

de wind ontrafelt ons in de toppen der bomen
de kerk staat in haar reine onmin kerk te haten
de gevallenen waaien warrig om mij heen om hen,
aan wie zij deelachtig waren, een laatste groet

te doen. niets klinkt  al te  ernstig, alles irreëel.
de draden haken zich in draden tot patroon,
de vellen drogen, worden stuurs & stram
huid die huid was, wordt gelooid tot leer:

ik zeg het jou niet meer. jij weet het wel. dat
is dit. & ik fluister namen in vijandig zwart:
de redding is ver weg & zo erg dicht & kort nabij.

 

moment (65)


cbdv1333(voor cb)

wat je mist kan je niet krijgen & wat
je krijgt wil je niet missen. de treurnis
in de wereld is een spiraal van geweld
een eindeloos gebrek aan tederheid.

terwijl ieders huid & ziel daarop is ingesteld:
de tongen die elkaar vinden, de ogen
die elkaar verblinden door de schittering,
armen die elkaar omarmen, de handen

die de handen vinden, benen in omstrengeling.
bij momenten zie ik enkel de totale ondergang.
wanhoop die de wanhoop stuurt, instorting
van een systeem dat dat woord niet waardig is.

hoop is illusie, gewoon de liefde, vertrouwen
in de wet van de onzekerheid. er zijn mensen
& dan nog wat onverwanten, niemand zoals jou

moment (64)


cbdv132(voor cb)
als het moment voorbij is, is dat zo
de noodzaak van  de tijd, oorzaak
van het kwaad in ons, is nu eenmaal zo
er zijn zovele werelden waarin wij

elkaar vinden kunnen & dan gaat alles
weg. zoek mij in mij op, zoek het pad
haal de dweil erover. verbindt ons
haal de striemen aan van eeuwigheid.

vergeet mijzelf. ik ben u niet waard.
maar ik sta wel recht in u. het geloof.
als het moment voorbij is begint
voor ons het eindeloze, de hoop

op wat wij zijn, verslingerd  aan elkaar
ons leven in ons leven, diepte in diepte
vaste verbondenheid in elk gebaar

moment (63)


cbdv131(voor cb)

de onwerkelijkheid van het bestaan is bot
je snijdt jezelf daaraan. kijk in mijn gelaat.
ik heb er alle sporen van. kijk in mijn ogen.
niets daarvan blijft over, alles blijft wel bestaan.

er is de boom die rijzende zichzelf sterker maakt
er is de heerlijkheid van wolken boven ons
er zijn de kraaien die ons haten. er is niets
buiten ons, alles zit zo diep in ons verborgen

er is geen antwoord op uw vragen, de vraag
is dom. de werkelijkheid van het bestaan
is botter dan de droom. uw lippen zijn
zo levenloos, alsof u nooit de woorden kende.

ik spreek ze uit: zij is weergaloos. niets van u
kan aan haar raken, u raakt haar koude tenen niet.
u kan mij blijven haten maar dat deert mij niet.

moment (62)


cdbv127(voor cb)

de liefde is de liefde niet, de liefde is zichzelf
de wereld begrijpt de wereld niet maar ik wel
ik voel de takken die mijn haren strelen
ik voel vooral vergiffenis, schoonheid die

zichzelf in haar herkent.de waarheid is
een open klaarte, klaar voor iedereen.
maar blijkbaar wil niemand die gebruiken
de dag is jong. vergeef mij  de ontstentenis.

doe maar. vergeet u zelf & mij.  doe het toe.
sluit de boeken. maak een einde aan ‘t verhaal.
zeg het woord dat op uw lippen ligt te rillen,
hoe u zich in u vangen wil, amusement. tril.

mijn blik is klaar, ik zie enkel haar, haar
schoonheid is iets wat u nooit krijgen zal
mijn handen in haar handen maken alles waar

moment (61)


cbdv130(voor cb)

de vormeloosheid die wij ontwaren
is de vorm van de rechtschapenheid.
in de chaos is verscholen de pracht,
de parels van de diepste duisternis

het licht breekt aan als alles is gedaan
zuiverheid is een droom, net als taal.
woorden kunnen woorden niet zuiveren.
gebaren hebben niet het recht om recht

te staan. wij wankelen. twijfel is niet
de reden van ons bestaan. de ogen
die elkaar ontmoeten mijden de ogen
omdat wij niet de diepte kunnen zien.

alleen bij jou heb ik de zin gevonden
waarin elk woord met elk woord paart.
ik kijk jou aan, pas dan is er ontstaan.

moment (60)


cbdv129(voor cb)

het druilt, & druipt, het hemels water loopt
de heuvels af alsof het een verschoning is.
de zon nochtans was oogverblindend, het licht
verscheen als schijn in de vorm van het bestaan.

de zwarte kraaien huiverden met mij, op
zoek naar wormen in het gras. ik hoor
muziek in hun gekras. het verlangen is
is verlangen naar een iets dat er niet is.

ik tel mijn vingers af. op zoek naar goud.
nergens ga ik ooit iets vinden, jong of oud.
wij zijn vervloekt met eenzaamheid geboren
& het einde neemt de vorm van einde aan.

alleen jij blijft in mij bestaan als zekerheid
jij spreekt de woorden uit die ik niet uiten kan.
een totale ommekeer, verstrikt in het verhaal

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 190 andere volgers