HOSSU

31Mei07

(een monnikenverhaal) (waarvan ooit de voeding doorbrandde)

Leeghoofden met legkoppen die durven doorkijken. Ze liggen dan
& kijken de bestofte ramen door. Het kalen van de gladgeschorene
kaalt. Hij laat zich de marmeren neusgaten aantikken door de vingers
van een late jeugd, ziet hoe het hem meermaals doorstroomt nog,

ter afscheid. De oude stokdrang. Het krijgt maar niet genoeg van de
zoeterige geur die duizenden vliegenlijkjes teweegbrengen, wat er
uit de hertestaart vervliegt. Eerbetoon? Een tiental eeuwen
eerder werd de wereld een wereld die de wereld wou zijn van rode

stofdeeltjes. Welke wetenschap zou dan de aap eren, die de aap na-aapt
die zich in het pluche stort? Aai Tik is de Saaiborg. We zetten er Tok
kruidenthee mee, Tak gewone thee & Tuk we eten aap in Saaiborgsaus.

Wat is dat? Nu? Ach zo, de Ander. Schouders duwen bevallig het grasmaaiertje,
maar onder de schouders liggen heus geen andere schouders verscholen op
het grasmaaien te wachten. Zo dan uw stad in, met de klaprozen zoen ik u.

'Hossu': zie http://www.aisf.or.jp/~jaanus/deta/h/hossu.htm

oorspronkelijk ‘bericht’



No Responses Yet to “HOSSU”  

  1. No Comments Yet

Leave a Reply