Turmoil in Ghaza
Kwint
1.
Je zegt: nu, er welt hier
toch een traan, de vaart is weg.
Je ziel verpatst je ziel aan objectieven: geroofde
koopwaar voor een prikje op de markten
van plezier. Je hult je lachend in Kasjmir.
Een huilebalk op naaldhakken, blindelings
te stampvoeten staat in het hooi, het rubber
in aanslag. Stond. Daar. Die bibberkont.
Alleen de koude op je tong
was niet gelogen.
2.
Ik spel je geen herstel: er is geen er. Het
gebeuren schrapt dit schrijven weg & spreekt
in mij. Verschrikkelijke schoonheid
stond er in het razen van verandering:
geschreven, hier,
daar had je mij, waar ik jouw kras
herhaal. Onherroepelijk verdwijnt
het lijdend voorwerp mij
uit zinnen als wie
houdt er nog van mij.
3.
Onze jongen lacht, mijn ogen
rusten in zijn palmen & zijn lied
is zacht. De meiden kliederen
met losse kronkels een verhaal
doorheen de dode lijn
van ons bestaan. Zij zien,
zij zien wat jij niet ziet: mijn taal
te branden staan in de strakke
loop van een spiraal.
4.
De zaal is wereldwijd
de ledigheid van een zich
ontlastende herinnering.
Vurig in het donker danst
een koppel tot het komt.
Kalashnikov,
kalashnikov,
kalashnikov.
Filed under: lyriek | Leave a Comment
weg met die vieze geurtjes
Vacuüm
De wereld is de wereld is de wereld niet,
want deze leegte kent de wereld niet, zo
ledig is hij niet. Je dooft, je dwaalt, je ster
bekleedt mij elke nacht met zwarte tongen.
Bleke parelsnoeren van je versteende licht
wurgen mij als hongerige slangen & je gezicht
versplintert in fonkelende bladen ijs & glas.
Dit spook drijft nagels koude door mijn ogen
& het zachte deinen dat ik kende van je longen
wordt in mijn vel verschreven nu, een tekst
die woord na woord jouw adem mist; snee
na snee, je stottert schriftelijk je nee, je nee
verzweert op elke plek waar jij mij jaren kuste,
toen er nog stem was, ja, & lucht & levenslusten.
Filed under: lyriek | Leave a Comment
auteursplicht (1)
- Halleluja Haïti: geef ons heden onze jaarlijkse natuurramp opdat wij onze schuld kunnen wegkwelen. “Het nummer gaat heel diep en klinkt universeel”, vindt Natalia. “Mensen kunnen zich optrekken aan zo’n nummer”. Met de opbrengst kunnen we heel Haïti volpoten met heel diep verankerde paaltjes (uit aluminium best, dat roest niet). We zetten er zo’n universeel luidsprekertje op en elke dag bij zonsopgang knallen we er die humanitaire hit door. Kom slachtoffertjes, trekken jullie je maar vlug op aan het paaltje, ‘t is weer tijd om uitzichtloos te hongeren.
- [zucht]
- 50 Jaar na de ‘onafhankelijkheid’ van Congo: de kritische stemmen van deskundigen en hulpverleners ter plaatse worden nog steeds probleemloos overgoten met tonnen slijm van de Broederlijk Verenigde Media (BVM, maar in feite staat dat voor Bond voor Verbloeming van Misdaad).
- Noodhulp is een plicht, lieve kwelertjes, wij betalen daar belasting voor. Als dat onvoldoende is, niet tijdig ter plaatse komt, in de verkeerde handen terecht komt, dan heeft geen kat iets aan al dat geweten sussend gekwijl, aan die morbiede vertoning van schaamteloos entertainment bovenop de monstrueuze berg lijken die er blijkbaar nodig was om deze permanente schandvlek op onze aardkloot in het ‘nieuws’ te brengen. Dan dient er massaal geprotesteerd te worden, dan moeten jullie met zijn allen stilzwijgend, bedeesd en schuldbewust de straat op. Want de centen daarvoor zijn er bij de ‘bevoegde’ instanties, die liggen daar te rotten voor net dit soort ‘onvermijdelijkheden’: één van die kritieke momenten wanneer de concentratie van lijken net effie boven de grens van het ‘ toelaatbare’ gaat. Die ( steeds hogere) drempel ligt namelijk daar waar het voor de ‘publieke opinie’ niet langer te verbergen valt dat de internationale gemeenschap er zo vele jaren na het zogenaamde einde van het koloniale tijdperk nog steeds niet in slaagt om uit de vicieuze cirkel van economische afhankelijkheid, commerciële uitbuiting, criminele leegroof en respectloze verknechting te raken. Mocht dat wél zo zijn, dan waren er op 12/01/2010 wellicht óók slachtoffers gevallen, maar dan waren ze alleszins niet met genoeg om u aan het kwelen te krijgen.
Filed under: opiniestukken | 3 Comments
Zieteratuur

Je hebt poëzie om te lezen, poëzie om naar te luisteren en poëzie om te zien. Beroemde voorbeelden van dichters die zie-poëzie maakten zijn Paul van Ostaijen, I.K. Bonset, Paul de Vree en K. Schippers. Deze vorm van poëzie kent de laatste jaren voorzichtig een opleving. Voor Karel ten Haaf reden om nu een bloemlezing concrete en visuele poëzie uit het Nederlands taalgebied samen te stellen, die zo’n honderd jaar geleden begint en zijn voorlopig eindpunt in het heden vindt. Nog niet eerder verscheen een dergelijke bloemlezing.
Paul van Ostaijen benutte de in zijn tijd aanwezige technische mogelijkheden om de inhoud van zijn gedichten visueel te ondersteunen. Heden ten dage is menig dichter met behulp van computertechnieken opnieuw aan het experimenteren geslagen. Daarnaast zijn er dichters voor wie taal alleen niet toereikend is om uit te drukken wat ze willen zeggen. Dichters als Jaap Blonk, Daniël Dee, Sieger MG, Ruben van Gogh, ACG Vianen en Tonnus Oosterhoff benutten de nieuwe mogelijkheden in hun gedichten.
Zieteratuur wordt gepresenteerd aan de vooravond van de Poëziemarathon tijdens de (landelijke) Gedichtendag. Er komt een tentoonstelling bij het boek die gedurende het jaar in verschillende steden te zien zal zijn.
ISBN 97890 5452 212 6 – NUR 306; 160 pagina’s, in kleur, ingenaaid; 15 x 20 cm; Prijs: € 22,50; Verschijnt januari 2010; Vormgeving: Jelmar Geertsma
In de bloemlezing is ook een fragment van mijn ROZIG (score voor een klankdicht) opgenomen. In dat werkstukje gebruik ik de verworvenheden van Modernistische typografie als techniek om tot een score voor een sonoor werk te komen. Heel erg Schwitters en schatplichtig ook aan Jaap Blonk’s werk. Als dusdanig is het opgenomen fragment misschien nier erg representatief voor mijn overige ‘vispo’ werk, waar er eerder een versmelting is van grafische en literaire middelen als vorm van creatieve onderzoeksmethode. Maar het is natuurlijk bijzonder fijn om in deze uitgave vertegenwoordigd te zijn.
Filed under: Links - publicaties | 2 Comments
prairie calmel
improvisatieduo prairie (gitaar & amps) met lucille calmel (laptop & stem)
FB fanpage: http://www.facebook.com/pages/prairiecalmel/213211306550
MySpace: http://www.myspace.com/prairiecalmel
Filed under: Audio, Links - publicaties, Ruis | Leave a Comment
geheugenplaatsen
‘Je’ signifie ‘la personne qui énonce la presente instance de discours contenant ‘je’.
A. Benveniste
1
Mijn handen hangen winden aan -
flatus vocis – & ik ontken, een stem
die klanken graait & zinnen kraait
in de mist rond je bevroren werf.
Je hebt een duisternis gezaaid
waarvan men zegt dat goden er
hun woonst betrekken. Ideaal.
Het wit verbergt de kromming, zet
de pleinen uit in rechte lijnen.
De reinheid van gedachte is dan
die affe optelsom. Ettelijke topjes
molshoop laat je genereus in leven.
Mijn mond & handen vegen flarden vel
bloot in de ruine van een verre hel.
2
In de kelder bloeit gevangen
in een vierkant nog een zwarte
roos, afwezig zoals ik, beperkt
tot niet aanwezig zijn. Tot mest
verdraait mijn stem de woorden
die ik zeggen wil. Geen licht, ajb.
Fonemen bijten zich in steen waar
mijn hand onder je kleed verdween.
3.
Hier heb je nog de dichtersvinger:
hij speelt mislukkeling. De andere
negen waren jou niet goed genoeg,
die heb je afgehakt. Het is knap lastig
stofzuigen, zo.
Filed under: lyriek | 2 Comments
(scène: god & eva spelen
slangetje & adam wil de
zonnewijzer repareren)
A: luitenant ik
plaatshouder jij
niets zijn wij
A & E: laat ons verdwijnen
E: hebben wij stroom
begaan met een droom
uit met een klik
A: gedruis in een blik
wordt stil als ik slik
(de sneeuw is te wit)
A & E: laat ons verdwijnen
G: je hand wil geen lucht
kunnen voelen je mond
wil je adem vergeten
A: ik sta op nul, jij
zwenkt van 1 heen
& weer naar -1
A & E & G: laat ons verdwijnen
E: twee is de dood maakt
plaats voor het leven &
hoop duurt maar even
(tijdig kalibreren god
& adam adam adam zal
in damp evaporeren)
Filed under: lyriek | Leave a Comment
2010
god’s lippen vervellen in de bergen.
de tijd verdaagt de dag met een nacht.
de storm aast op de stilte
in het oog van de storm.
de kinderen krijsen wijl
de ouders hen splijten.
het vlees & het bloed kwakt op
het ijs van de nieuwe zwijgtijd.
niets zeggen de schotsen.
niets zeggen de stenen.
het water verstikt in het water.
de zon vergast ons op zee.
de aarde vervlakt in mul zand.
het licht schiet met licht van de sterren.
de crisis viel al bij al nogal mee.
Filed under: lyriek | 3 Comments
22B53
ingelijfd
verdwenen symbolen wil het toeval dat je haren
strepen mijn schouder tot op het wit klinkende
bot & in mijn navel mateloos versterkt raketten
bulderen (spektakel met moederkoek). hoofden
met halen gemaskerd van rillende rompen ge-
scheiden & het leed wordt een deel van mijn vurige
pink (knipschaar in spreidstand : momentop-
name). met suisvogels mig wapent eustachius
de hersenpan & davert & bloedstraal verloren
de grijze druppels lopen in het borstplan iran.
met de neusloop geschouderd de oogas schroeft
in de peniskoker schilferig de scherven heelal.
mijn lijf is u allen & oorlog is u ook de vaderstaat.
de koning te goddelijk was ik je slaaf & nu ben jij vrij.
dv, ‘121 manieren om Heraclitus te lezen’
cfr. Body of War II, 2006, Isabelle Schneider
http://vad.nmartproject.net/?page_id=1304
Filed under: 121 Manieren, lyriek | 1 Comment
algebra
die tweede macht van ons, zei hij,
dat zijn wij niet. ik vermenigvuldig
mij & jij verspreidt je over mij.
doe jij dat ook & dan pas heb je wij.
hij deed het voor, zij volgde niet.
zo bleef hij hangen met middenin
zijn pover lied: een half ons verdriet.
Filed under: lyriek | 6 Comments
hier bladert men niet
22B55
tingeling de dingen strijken hier de schermen aan & op
als daken richten zich in lettersneeuw verpakt de klanken.
ik stroom u in & uit als oceaan, het zilte vocht hertaalt
zich naar een zacht gefluit. koel een oester op uw tong
leg ik te vondeling, verdeel mijn oorlogskind van mond
tot oog tot mondeling een zin verglijdt met fijne korrel
in het slijmen van verlangen waarin u proeft de droeve
ondergang, de medeklinkers van uw verguisde naam.
waarvan het zien & horen lering geeft, daar hecht ik
al mijn daden aan, het is al stervende dat ik herleef
tot in de rotste hoeken van uw vervloekt bestaan.
& jij, jij kraaiendiva, jij leest niet eens mijn ruisen hier,
jij klikt mij weg & likt een ander aan, jij vliegt & valt
gevangen in je portie lucht als onbeschenen maan.
Filed under: 121 Manieren, lyriek | 4 Comments























